Peer van Summeren beëindigt na ruim veertig jaar zijn loopbaan in het onderwijs. Bij zijn vertrek bij het Koning Willem I College is hij onderscheiden met een Koninklijke onderscheiding voor zijn langdurige inzet voor het middelbaar beroepsonderwijs en de nauwe samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Volgens de instelling en betrokken organisaties is zijn aanpak — met nadruk op persoonlijke begeleiding en praktijkgericht leren — de afgelopen jaren uitgegroeid tot een stevig fundament binnen het mbo.
Loopbaan met focus op studenten
Van Summeren startte als docent en groeide door tot bestuurder. In die ontwikkeling bleef één principe richtinggevend: oprechte aandacht voor studenten als startpunt voor goed onderwijs. Onder zijn leiding kregen binnen het Koning Willem I College kleinschaligheid en persoonlijke begeleiding meer vorm. Niet alleen om studenten naar een diploma te begeleiden, maar vooral om hen te laten uitgroeien tot vakmensen die klaar zijn voor de werkpraktijk van morgen.
“Onderwijs maak je samen.”
Die overtuiging vertaalde zich naar stevige verbindingen met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Studenten werken tijdens hun opleiding aan actuele vraagstukken uit de praktijk, zodat leren en werken dichter bij elkaar komen te staan. Daarmee, zo benadrukt de school, levert het mbo een bijdrage aan zowel de ontwikkeling van studenten als aan de kracht van de regio.
Samenwerking als grondslag van het programma
Wat betekent dit concreet in de dagelijkse onderwijspraktijk? De kern is dat opleidingen niet in isolatie worden ontworpen, maar in samenspraak met partners die weten wat er buiten de school nodig is. Daarbij draait het om:
- Persoonlijke aandacht: kleinschalige leeromgevingen waarin docenten tijd en ruimte hebben voor begeleiding.
- Intensieve samenwerking: structureel contact met bedrijven, overheden en organisaties.
- Praktijkopdrachten: studenten werken tijdens hun opleiding aan echte casussen en leveren zo tastbare bijdragen aan oplossingen.
Voor ouders en studenten betekent dit dat er in het mbo steeds meer wordt gekeken naar wat een vak vraagt in de praktijk. Die praktijk komt niet pas ná de opleiding, maar is vanaf het begin onderdeel van het leertraject. Dat vraagt om planning, duidelijke afspraken met leerbedrijven en een heldere rolverdeling tussen opleiding en werkplek. Volgens het college is dat juist de manier om studenten zelfvertrouwen en vakmanschap mee te geven.
Rol buiten de eigen instelling
Naast zijn werk binnen het Koning Willem I College zette Van Summeren zich in voor de ontwikkeling van het mbo in bredere zin. Via verschillende gremia werkte hij aan zowel de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt als aan de kwaliteit van opleidingen. Zijn verbindende manier van werken en maatschappelijke betrokkenheid worden door betrokkenen genoemd als belangrijke redenen voor de Koninklijke erkenning.
| Organisatie | Bijdrage volgens de school |
|---|---|
| MBO Raad | Inzet voor betere aansluiting en kwaliteit in het mbo |
| Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) | Verbinding tussen opleidingen en praktijk |
| Kennispact MBO Brabant | Samenwerking in de regio rond arbeidsmarkt en onderwijs |
Waarom dit landelijk telt
Het Nederlandse mbo steunt in hoge mate op afspraken met werkgevers en publieke partners. Wanneer bestuurders langdurig investeren in die relaties, ontstaat een infrastructuur waarin studenten sneller schakelen tussen theorie en werkvloer. De casussen uit de praktijk die studenten in hun opleiding oppakken, maken zichtbaar wat het bedrijfsleven vraagt en wat er in het curriculum nodig is. Dat patroon, benadrukken betrokkenen, gaat verder dan één instelling en werkt door in de manier waarop opleidingen overal in het land hun programma’s inrichten.
Gevolgen voor ouders en studenten
Wie een mbo-opleiding overweegt, kan letten op een paar terugkerende elementen die in dit verhaal naar voren komen:
- Krijgen studenten vroeg in de opleiding contact met echte opdrachten en leerbedrijven?
- Is er sprake van kleinschalige begeleiding en vaste aanspreekpunten?
- Werkt de school zichtbaar samen met organisaties in de regio om de opleiding up-to-date te houden?
Volgens het Koning Willem I College helpt zo’n aanpak studenten niet alleen bij het halen van het diploma, maar ook bij een soepele stap richting werk of vervolgopleiding. Voor ouders is het praktisch om tijdens open dagen te vragen naar de balans tussen lessen op school en leren op de werkplek, naar de begeleiding tijdens stages en naar hoe de school omgaat met veranderingen in het beroepenveld.
Koninklijke onderscheiding als erkenning
Met de Koninklijke onderscheiding wordt de inzet van Van Summeren formeel erkend. De waardering is niet alleen persoonlijk, stelt de instelling, maar markeert ook het belang van duurzame samenwerking in het mbo. Door onderwijs, overheid en bedrijfsleven te verbinden, krijgen studenten volgens het college betere kansen en ontwikkelen zij zich tot vakmensen die voorbereid zijn op de uitdagingen van vandaag en morgen.