Op de mbo-opleidingen van Firda in Leeuwarden probeert docent Nederlands Yvonne Hobma al jaren de negatieve spiraal rond lezen bij jongeren te doorbreken. Waar veel scholieren lezen associëren met schoolse verplichting, zet Hobma in op één sleutelbegrip: leesplezier. Ze begon zeven jaar geleden met een wekelijkse leesles voor eerstejaars, en ziet langzaam resultaat.
Vrij lezen met begeleiding
Elke week is er een kwartier tot drie kwartier gereserveerd om te lezen, afhankelijk van de groep en het rooster. De leerlingen mogen kiezen uit een speciaal samengestelde kast met boeken — een initiatief in samenwerking met de bibliotheek van Firda — of eigen titels aandragen. De collectie is breed: waargebeurd, fantasy, zelfhulp, mindset en graphic novels. Het idee: verlagen van de drempel door keuze en aansluiting bij interesses.
- Frequentie: wekelijks (drie kwartier voor sommige groepen).
- Doelgroep: eerstejaars van opleidingen zoals office management, support specialist en financiële beroepen.
- Kernprincipe: match tussen boek en leerling, onder begeleiding van de docent.
Hobma benadrukt dat begeleiding een voorwaarde is. Niet ieder boek past bij elke leerling: soms is het taalniveau te hoog, zijn er te veel personages of is de verhaallijn te ingewikkeld. Dan kiest ze bewust voor een eenvoudiger titel, of zelfs een jeugdboek, zodat leerlingen een stevige leesbasis kunnen opbouwen. Zoals Hobma het zegt: zonder goede fundering kun je geen huis bouwen.
„Wat zei je?”
Die verbazing hoorde ze toen een leerling die al jaren geen boek vrijwillig had geopend, werd geraakt door het verhaal Blauwe plekken van Anke de Vries. De leerling kwam geëmotioneerd uit het leesuur en keek uit naar het volgende moment om te lezen. Zulke kleine successen gebruikt Hobma om medeleerlingen te enthousiasmeren; doorgaans zijn er in een klas van circa 25 leerlingen ongeveer drie die van zichzelf aangeven dat ze wel eens een boek lezen. Die groep fungeert vervolgens als ambassadeur voor de rest.
Praktische ingrepen, zichtbare effecten
De aanpak van Hobma bestaat uit praktische stappen: keuzevrijheid, een toegankelijke boekenkast, korte leestaken om te wennen aan lezen en persoonlijke begeleiding bij het kiezen van een titel. De boeken mogen zelfs gedeeltelijk worden bekeken: voelen hoe het boek in de hand ligt en een klein stukje lezen voordat een definitieve keuze wordt gemaakt. Deze aanpak richt zich direct op de barrières die veel jongeren ervaren: opgelegde leeslijsten en verhalen die niet aansluiten bij hun belevingswereld.
| Onderdeel | Kenmerk |
|---|---|
| Lesduur | Wekelijks, tot 45-75 minuten |
| Doelgroep | Eerstejaars mbo (o.a. office management, support, financiën) |
| Collectie | Brede genres, afgestemd op interesses |
Voor Leeuwarden en de regio is dit een klein maar belangrijk voorbeeld van hoe scholen kunnen reageren op de dalende leesvaardigheid onder jongeren, vooral bij jongens. Door lezen niet langer primair te presenteren als schooltaak maar als persoonlijke keuze, probeert Firda het tij te keren. Of de methode op grotere schaal vergelijkbare successen oplevert, zal afhangen van inzet, samenwerking met lokale bibliotheken en de beschikbaarheid van passende titels.
De les van Firda is helder: leesbevordering begint niet altijd met harder duwen, maar met ruimte geven om te kiezen.