In het schooljaar 2024–2025 was 25 procent van de Brusselse leerlingen in het secundair onderwijs problematisch afwezig, zo blijkt uit een nieuw rapport van het Brusselse statistiekbureau BISA en perspective.brussels. Dat komt neer op ongeveer 20.500 leerlingen die minstens negen halve dagen schoolstoning zonder geldige reden lieten registreren.
Wat zeggen de cijfers?
Het rapport signaleert dat problematische afwezigheid en vroegtijdig schoolverlaten duidelijke en toenemende uitdagingen vormen in de centrumsteden van België. Enkele concrete bevindingen uit het onderzoek:
- 25% van de middelbare scholieren in Brussel was problematisch afwezig in 2024–2025 (≥9 halve dagen zonder geldige reden).
- 14% van alle Brusselse kinderen (basis en secundair samen) had datzelfde jaar problematische afwezigheid, tegenover 6% gemiddeld in heel België.
- In sommige gevallen werden leerlingen meer dan 30 halve dagen afwezig geregistreerd: dat betrof 2% van de leerlingen in het basisonderwijs en 5% in het secundair onderwijs.
- 2.143 Brusselse jongeren verlieten in 2024–2025 de schoolbanken zonder diploma, wat neerkomt op 18% van degenen die een jaar eerder nog naar school gingen.
| Indicator | Brussel 2024–2025 | België (vergelijking) |
|---|---|---|
| Problematische afwezigheid (algemeen) | 14% | 6% |
| Problematische afwezigheid secundair | 25% (±20.500 leerlingen) | — |
| Meer dan 30 halve dagen afwezig | Basisonderwijs 2% / Secundair 5% | — |
| Vroegtijdig schoolverlaten (zonder diploma) | 18% (2.143 jongeren) | Op nationaal niveau terug op pre‑corona niveau |
Regionale verschillen en ontwikkelingen
De problematiek blijkt niet gelijkmatig verdeeld binnen het Brusselse gewest. Problematische afwezigheid en schoolverlaten komen vaker voor in de noordelijke, westelijke en centrale stadsdelen. Zo ligt het aandeel problematische afwezigheid in Sint‑Joost in het secundair boven de 33%, terwijl het in Sint‑Pieters‑Woluwe rond de 10% ligt. Het rapport vermeldt dat de verschillen tussen Brussel en de rest van België toenemen.
Context: coronacrisis en regelgeving
Tijdens de coronaperiode daalde het aantal jongeren zonder diploma sterk. Dat was grotendeels het gevolg van een tijdelijke wijziging in de regels waardoor meer jongeren een diploma kregen. Sindsdien is het cijfer voor vroegtijdig schoolverlaten in België weer terug op het niveau van vóór de crisis. Voor Brussel geldt dat de situatie nu beter is dan voor de coronacrisis, al blijven er grote uitdagingen bestaan.
Wat betekent dit voor ouders, scholen en beleidsmakers?
De cijfers wijzen op een structureel probleem dat meerdere actoren raakt. Voor ouders en scholen geldt:
- Vroegt signaleren van vaker verzuim is cruciaal: negen halve dagen per jaar is de grens voor problematische afwezigheid.
- Scholen moeten samenwerken met buurt- en welzijnsdiensten om oorzaken van langdurig verzuim — zoals sociale, economische of gezondheidsproblemen — aan te pakken.
- Beleidsmakers hebben gegevens nodig die verder uitsplitsen naar leeftijd, onderwijstype en geografische zones om gerichte interventies te plannen.
De cijfers van BISA bieden een duidelijkere basis voor debat en beleid, maar veranderen op zichzelf niets aan de situatie. Concrete maatregelen gericht op preventie, begeleiding en hervalbegeleiding zullen nodig zijn om het aandeel problematische afwezigheid en vroegtijdig vertrek blijvend terug te dringen.