Een nieuwe analyse uit het Verenigd Koninkrijk werpt een ander licht op een hardnekkig misverstand: de gedachte dat een paar maanden zon vanzelf zorgen voor voldoende vitamine D. Onderzoekers van Newcastle University volgden 299 volwassenen tussen december 2024 en augustus 2025 en constateerden dat een groot deel ook na de zomer nog steeds onder de aanbevolen grenswaarden uitkomt. Opvallend: de gehaltes veranderden in de loop van de seizoenen nauwelijks.
Metingen over winter, lente en zomer: weinig verschil
De deelnemers lieten via een eenvoudige vingerprik hun vitamine D-spiegel bepalen. De groep bestond voor de helft uit 65-plussers en voor de andere helft uit volwassenen met een donkere huid. De uitkomsten schetsen een consistent beeld: zelfs wanneer de winter plaatsmaakt voor lente en zomer, blijven de waarden bij veel mensen aan de lage kant. Dat wordt in de conclusie kracht bijgezet door het feit dat de seizoenswisseling de gemiddelden nauwelijks verschoof.
| Groep | Aandeel onder aanbevolen grens |
|---|---|
| 65-plussers | bijna 55% |
| Volwassenen met een donkere huid | ruim 72% |
Volgens de onderzoekers laat dit zien dat vertrouwen op een reeks zonnige dagen geen garantie biedt voor voldoende aanmaak van de hormoonachtige stof, die onmisbaar is voor sterke botten en spieren. De bevindingen sluiten aan bij het idee dat individuele factoren een groot gewicht hebben naast de hoeveelheid zonlicht waaraan iemand is blootgesteld.
Waarom zonlicht niet voor iedereen genoeg is
Vitamine D wordt in de huid aangemaakt onder invloed van UVB-straling. Toch blijken meerdere factoren de aanmaak te beperken:
- Leeftijd: naarmate mensen ouder worden, neemt de efficiëntie van de huid om vitamine D te produceren af.
- Huidskleur: een hoger melaninegehalte bij een donkere huid betekent dat meer zonlicht nodig is voor dezelfde productie als bij een lichte huid.
- Woonplaats: hoe noordelijker, hoe minder krachtige UVB-straling doorgaans beschikbaar is.
- Leefstijl: wie weinig buiten komt, bouwt minder kansen op om voldoende daglicht te vangen.
In het onderzoek werd bovendien vastgesteld dat seizoensinvloeden in de praktijk niet altijd opwegen tegen die persoonlijke kenmerken. Het resultaat is dat tekorten ook in de zomer kunnen persisteren, juist bij groepen die al kwetsbaarder zijn.
Wat staat er op het spel?
Vitamine D ondersteunt de opname van calcium en helpt bij het in stand houden van sterke botten en spieren. Er zijn daarnaast aanwijzingen dat de vitamine een rol speelt in het immuunsysteem en mogelijk de stemming beïnvloedt. Over andere, bredere claims – zoals een lager risico op kanker of diabetes – bestaat minder overeenstemming in de wetenschap. De onderzoeksresultaten onderstrepen vooral dat bepaalde bevolkingsgroepen structureel risico lopen op te lage spiegels, met alle mogelijke gevolgen voor botgezondheid en spierfunctie.
Praktische consequenties voor risicogroepen
De bevindingen zijn vooral relevant voor mensen die ouder zijn, een donkere huid hebben of weinig buiten komen. Voor hen kan het, ook in de zomer, verstandig zijn om de eigen inname van vitamine D kritisch te bekijken en niet uitsluitend te rekenen op incidentele zonmomenten. Zoals de onderzoekers het kernachtig samenvatten:
"Vertrouw niet blind op een paar zonnige dagen. Zeker als je ouder bent, een donkere huid hebt of weinig buiten komt, kan het verstandig zijn om je vitamine D-inname onder de loep te nemen"
Het onderzoek illustreert hoe sterk individuele omstandigheden de vitamine D-status sturen. Voor Nederland, met een noordelijke ligging en wisselvallig weer, is die boodschap herkenbaar. Dat maakt structurele aandacht voor de eigen vitamine D-status relevanter dan het jaargetijde op zichzelf.
Methodologie in vogelvlucht
De studie is observationeel van opzet: gedurende ongeveer negen maanden werden bij dezelfde volwassenen herhaaldelijk waarden geregistreerd via een vingerprik. De kracht van deze aanpak zit in het volgen van dezelfde doelgroepen in verschillende seizoenen. De beperking is dat de uitkomsten niet automatisch verklaren waardoor de lage waarden aanhouden; ze laten vooral zien dát het gebeurt, bij wie, en in welke mate.
Samengevat: zelfs na een zonnige periode blijft een aanzienlijk deel van de mensen met lage vitamine D-spiegels kampen. De data – bijna 55% onder de grens bij 65-plussers en ruim 72% bij volwassenen met een donkere huid – maken duidelijk dat seizoenszon alleen vaak niet volstaat.