Vlaanderen groeit de komende vijf jaar naar verwachting sterker dan Wallonië en Brussel. Dat blijkt uit gezamenlijke vooruitzichten van het Federaal Planbureau en de statistiekdiensten van de drie gewesten. Voor de periode 2027–2031 zien de instellingen een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,4% voor Vlaanderen, tegenover 1,1% in Wallonië en 0,8% in Brussel.
Directe cijfers en korte termijn
Voor 2026 verwachten de prognoses een tijdelijke afzwakking in Vlaanderen: de groei daalt van 1,1% in 2025 naar 0,7% in 2026. Wallonië kent een vergelijkbare beweging (van 1,1% naar 0,8%), terwijl de economische activiteit in Brussel redelijk stabiel blijft op ongeveer 0,5%.
Waarom Vlaanderen voorligt
De hogere groei in Vlaanderen wordt voornamelijk toegeschreven aan een krachtiger particuliere consumptie. Volgens de prognoses trekt de consumptie vooral aan in 2029 en 2030, wanneer het reëel beschikbaar inkomen wordt ondersteund door een afnemende inflatie en voorgestelde belastingverlagingen. Daarnaast wijst het rapport op een grotere financiële marge bij Vlaamse huishoudens.
- Consumptiedriver: stijging particuliere bestedingen rond 2029–2030.
- Inkomenseffect: dalende inflatie en verwachte belastingmaatregelen verhogen reëel inkomen.
- Financiële buffer: hogere spaarquote in Vlaanderen biedt ruimte voor bestedingen en risico-opvang.
Spaarquote en regionale verschillen
De prognoses tonen duidelijke verschillen in huishoudelijke buffers. In 2031 blijft de spaarquote naar verwachting het hoogst in Vlaanderen, met 14,1% van het inkomen. Wallonië komt uit op 9,8%, Brussel op 4,4%. Deze verschillen beïnvloeden de veerkracht van de consument en daarmee de vraagontwikkeling per regio.
| Regio | Gem. groei 2027–2031 | Spaarquote 2031 |
|---|---|---|
| Vlaanderen | 1,4% | 14,1% |
| Wallonië | 1,1% | 9,8% |
| Brussel | 0,8% | 4,4% |
Gevolgen voor huishoudens en bedrijven
Een relatief sterkere economische groei en hogere spaarquote in Vlaanderen hebben directe gevolgen:
- Voor huishoudens betekent een hogere spaarquote meer buffers tegen onverwachte uitgaven en meer ruimte om te consumeren zodra reëel inkomen herstelt.
- Bedrijven, vooral in de consumptiegerichte sectoren, kunnen rekening houden met regionaal verschillen in vraag: retailers en dienstverleners in Vlaanderen kunnen eerder profiteren van stijgende bestedingen.
- Voor beleidsmakers en werkgevers is het relevant dat arbeidsmarkt- en fiscale maatregelen de timing en het momentum van consumptie beïnvloeden.
De vooruitzichten zijn opgesteld door het Federaal Planbureau, Statistiek Vlaanderen, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse en het Waalse Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique.