Wie wekelijks aan krachttraining doet, lijkt een kleinere kans te hebben om te overlijden aan hart- en vaatziekten of neurologische aandoeningen zoals dementie. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van gegevens van bijna 150.000 deelnemers, gevolgd tot wel 30 jaar. Het onderzoek is uitgevoerd door een team onder leiding van Haruki Momma (Tohoku University) en beschrijft een duidelijk verband tussen ongeveer 90 tot 120 minuten krachttraining per week en lagere sterfterisico’s.
Groot cohort, duidelijke trend
De onderzoekers combineerden data uit drie omvangrijke Amerikaanse bevolkingsstudies onder verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Personen die wekelijks anderhalf tot twee uur met gewichten of vergelijkbare weerstandsoefeningen trainden, hadden tijdens de opvolgperiode statistisch lagere kansen om te overlijden. Opvallend is dat vooral de combinatie van krachttraining met de gangbare aanbevelingen voor conditietraining het gunstigste risicoprofiel liet zien.
| Uitkomst | Gerapporteerde afname risico |
|---|---|
| Totale sterfte | 13% lager |
| Sterfte aan hart- en vaatziekten | 19% lager |
| Sterfte aan neurologische aandoeningen (m.n. dementie) | 27% lager |
Boven de twee uur krachttraining per week werd geen extra voordeel meer gezien; het gunstige effect vlakte daar af. In de publicatie in het British Journal of Sports Medicine vatten de auteurs dit samen als:
“Het laagste risico werd waargenomen bij ongeveer 120 minuten krachttraining per week, waarna het effect afvlakte.”
Wat doen spieren voor de gezondheid?
Volgens de onderzoekers reiken de voordelen van trainen met weerstand verder dan alleen meer kracht of spiermassa. Spieren spelen een rol bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel, dragen bij aan een betere insulinegevoeligheid en geven zogeheten myokinen af: signaalstoffen die chronische ontsteking kunnen dempen en vermoedelijk gunstige effecten hebben op hart, bloedvaten, hersenen en vetweefsel. Vooral wanneer kracht- en duurtraining worden gecombineerd, lijkt dat geheel aan processen elkaar te versterken.
Hoeveel en hoe vaak?
De grootste gezondheidswinst in dit onderzoek werd gezien rond de 90–120 minuten per week. Meer tijd aan krachttraining bleek niet samen te gaan met extra risicodaling. In praktische termen komt dit neer op bijvoorbeeld twee sessies van circa drie kwartier per week. Belangrijk is dat het om een associatie gaat: zulke bevindingen laten een samenhang zien, maar tonen geen oorzaak-gevolgrelatie aan.
- Analyse van bijna 150.000 zorgprofessionals, maximaal 30 jaar gevolgd.
- Optimale bandbreedte: circa 90–120 min krachttraining per week; daarboven geen extra winst.
- Sterker effect bij combinatie met aanbevolen conditietraining.
Beperkingen en betekenis
Omdat het om grote observatiestudies gaat, is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies. Deelnemers waren verpleegkundigen en andere zorgprofessionals; resultaten kunnen daardoor niet zonder meer worden doorgetrokken naar iedereen. Bovendien kunnen leefstijlfactoren die samenhangen met sporten (zoals voeding of slaappatroon) een rol spelen. Toch sluiten de patronen aan bij wat eerder is gevonden: meer spierkracht en -massa gaan vaak samen met betere stofwisseling en lagere ontstekingsactiviteit.
Voor beleidsmakers en zorgverleners onderstreept dit onderzoek het belang van toegankelijke mogelijkheden om veilig aan krachttraining te doen, bij voorkeur in combinatie met duurtraining. Voor burgers die al actief zijn, biedt het houvast dat relatief beperkte hoeveelheden krachttraining mogelijk veel gezondheidswinst kunnen meebrengen. Wie begint of gezondheidsklachten heeft, doet er goed aan om stapsgewijs en passend bij de eigen situatie te trainen en bij twijfel advies in te winnen bij een professional.
Publicatie en herkomst
Het onderzoek werd geleid door Haruki Momma van de Tohoku University en gepubliceerd in het British Journal of Sports Medicine. De data zijn afkomstig uit drie grote Amerikaanse cohortstudies onder zorgprofessionals, waarmee langdurige trends in ziekte en sterfte konden worden geanalyseerd.