Leiden en Leiderdorp hebben deze week de lokale aanpak Basisvaardigheden vastgesteld. Beide gemeenten werken daarmee de regionale afspraken uit 2025 verder uit en geven uitvoering aan het Taalpact Leiden–Leiderdorp, een samenwerkingsverband van gemeenten, onderwijs- en welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners.
Wat houdt de aanpak in?
De nieuwe aanpak richt zich op het verbeteren van taal-, reken- en digitale vaardigheden bij inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen of digitale dienstverlening. Met de maatregel willen de gemeenten de ondersteuning beter vindbaar en toegankelijk maken, en professionals ondersteunen bij vroegtijdige signalering en doorverwijzing.
- Er komt nadruk op meer en beter vindbare gratis cursussen en activiteiten.
- Gemeentelijke brieven moeten begrijpelijker worden gemaakt.
- Het Taalhuis wordt een centrale plek om hulp en aanbod te vinden.
Hoe groot is het probleem?
De gemeenten schatten dat ongeveer 9.800 inwoners in Leiden en Leiderdorp problemen ervaren met basisvaardigheden. Volgens de opgave kan gebrek aan deze vaardigheden invloed hebben op het begrijpen van brieven, het regelen van geldzaken, de arbeidsmarktpositie, het gebruik van digitale dienstverlening en de maatschappelijke deelname.
| Onderdeel | Gevolgen |
|---|---|
| Taal | Moeite met brieven en informatie |
| Rekenen | Problemen bij geldzaken |
| Digitale vaardigheden | Moeite met online dienstverlening |
Waarom samenwerken?
Het Taalpact brengt gemeenten en maatschappelijke partners bij elkaar om aanbod te bundelen en signalering te verbeteren. Wethouder Prescillia van Noort van Leiden benadrukt het belang van participatie:
‘Iedereen verdient de kans om volwaardig mee te doen. Als je beter kunt lezen, schrijven, rekenen of digitaal vaardiger wordt, merk je daar elke dag de voordelen van’
Wethouder Daan Binnendijk van Leiderdorp noemt basisvaardigheden geen doel op zich, maar een voorwaarde om zelfstandig te kunnen deelnemen aan de samenleving. De aanpak wordt gekoppeld aan thema’s zoals gezondheid, gezinsondersteuning en geldzorgen om zo gerichter hulp te bieden.
Wat verandert er in de praktijk?
Concreet verwachten de gemeenten dat inwoners sneller worden doorverwezen en dat het aanbod voor cursussen en activiteiten beter zichtbaar wordt. Professionals krijgen middelen om beperkte vaardigheden eerder te signaleren. Daarnaast gaan de gemeenten werken aan eenvoudiger taalgebruik in hun eigen communicatie, zodat documenten en brieven toegankelijker zijn voor mensen met beperkte leesvaardigheid.
De lokale aanpak moet leiden tot meer zelfstandigheid, betere kansen op werk en opleiding en een grotere deelname aan maatschappelijke activiteiten, zo stellen de gemeenten. Voor Leiden betekent dit dat zowel gemeentelijke diensten als lokale organisaties hun werkwijzen zullen afstemmen om de drempel voor hulpverlening te verlagen.