Nederland investeert zichtbaar in waterstofinfrastructuur, maar het gebruik in de praktijk blijft achter. Dat beeld schetst hoogleraar energie-economie Machiel Mulder (Rijksuniversiteit Groningen), die benadrukt dat vooral de kosten van groene waterstof de uitrol remmen. Bedrijven blijven ondertussen ontwikkelen en investeren, in afwachting van een kantelmoment waarop beleid en vraag samenkomen.
Ambitie versus realiteit
De belofte: waterstof als sleutel om van aardgas af te gaan en een koppositie in Europa te veroveren. De werkelijkheid: er wordt gebouwd aan elektrolysers, kennis en transportleidingen, maar daadwerkelijke toepassingen in industrie en mobiliteit komen traag van de grond. Mulder vat het samen in de podcast Stand van Noord-Nederland:
“Er wordt veel gedaan op het gebied van waterstof (...) Maar in de toepassing gebeurt nog heel erg weinig.”
De kern van het probleem ligt volgens hem bij de prijs. De aanname dat rond 2030 overvloedige en goedkope groene stroom beschikbaar zou zijn, blijkt vooralsnog te optimistisch. Mulder:
“De verwachtingen waren veel te hoog. De elektriciteitsprijs is niet zo heel erg laag. We hebben wel steeds meer uren dat die laag of zelfs negatief is, maar dat is veel te weinig om groene waterstof te maken.”
Wat gebeurt er wel al?
Ondanks de weerbarstige markt werken bedrijven aan technologie en training. In Leeuwarden investeerde Douna Machinery, traditioneel toeleverancier van aandrijvingen voor onder meer de gasindustrie, in waterstofoplossingen. Het bedrijf ontwikkelde een kleinschalige elektrolyser voor demonstraties, onderwijs en veiligheidstrainingen. Directeur Ale Procee ziet voortgang, maar langzamer dan gehoopt:
“De waterstofmarkt ontwikkelt zich wel, maar in een ander tempo.”
De rode draad: ondernemers maken zich klaar, maar wachten op volume in de vraag en meer zekerheid in beleid en prijsprikkels.
Waarom loopt de toepassing achter?
- Kostenhandicap: Groene waterstof is duur zolang stroomprijzen gemiddeld te hoog zijn en goedkope uren schaars.
- Beleid en prikkels: Zonder strenger overheidsbeleid en gerichte stimulering van de vraag blijft de businesscase mager.
- Marktdynamiek: Er is infrastructuur in ontwikkeling, maar eindgebruik in processen en voertuigen komt trager op gang.
Gevolgen voor bedrijven en huishoudens
Voor industriële bedrijven die hun processen willen verduurzamen, betekent de vertraging dat investeringsbeslissingen worden uitgesteld of in kleinere stappen worden gezet. Zolang de operationele kosten van waterstofalternatieven hoger liggen dan aardgas of grijze varianten, blijft de overstap economisch lastig te verdedigen. Dat remt schaalgrootte, en daarmee de kostendalingen die juist nodig zijn om waterstof competitief te maken.
Voor huishoudens werkt de dynamiek indirect door. Als de industrie pas later kan omschakelen, blijven prijzen van producten en diensten langer afhankelijk van fossiele input. Eventuele beleidsmaatregelen om de waterstofvraag te ondersteunen – zoals verplichtingen of subsidies – kunnen via belastingen of tarieven uiteindelijk ook bij consumenten terechtkomen. Tegelijk kan uitstel van brede uitrol betekenen dat betaalbare, groene alternatieven voor verwarming of mobiliteit later beschikbaar komen.
Wat is nodig volgens experts?
Mulder pleit voor een combinatie van dwingender regels en het aanjagen van vraag zodat de markt “gaat vliegen”. Dat kan variëren van normering aan de afnemerskant tot langjarige zekerheden voor producenten en afnemers. Het doel: een stabiel verwachte afzet, zodat investeerders in productie en infrastructuur risico’s durven nemen.
Stand van het speelveld in één oogopslag
| Onderdeel | Verwachting | Huidige stand |
|---|---|---|
| Stroomprijzen | Rond 2030 ruim en goedkoop | Niet structureel laag; goedkope uren te beperkt |
| Productie | Opschaling groene waterstof | Elektrolysers in ontwikkeling, klein-schalige toepassingen |
| Infrastructuur | Beschikbaar voor industriële vraag | Transportleidingen in aanleg/voorbereiding |
| Toepassing | Brede inzet in industrie/mobiliteit | Beperkt gebruik; wachten op doorbraak |
| Beleid | Duidelijke prikkels | Strengere sturing en vraagimpuls nodig |
Vooruitzicht
De richting is gezet: kennisopbouw, pilots en infrastructuur gaan door. Maar het tempo wordt bepaald door de combinatie van elektriciteitsprijzen, beleidskeuzes en het ontstaan van voldoende, bestendige vraag. Voor ondernemers zoals Douna is het nu zaak gereed te zijn wanneer dat kantelpunt zich aandient. Tot die tijd blijft het zoeken naar niches waarin waterstof, ondanks de hogere kosten, waarde toevoegt in demonstratie, onderwijs en veiligheid.