Europees vermogen om kritische technologieën zelfstandig te ontwikkelen en te beschermen groeit de komende vijf jaar nauwelijks. Dat concludeert marktonderzoeker Forrester in zijn Global Sovereignty Forecast, waarin 14 landen onder meer op cloud, chips, AI en datacenters zijn beoordeeld.
Weinig vooruitgang, twee grootmachten aan kop
Volgens Forrester stijgt de gemiddelde score van de onderzochte landen slechts van 39% in 2025 naar 40% in 2030. Daarmee is er sprake van marginale vooruitgang op het niveau van technologische soevereiniteit. China en de Verenigde Staten blijven met respectievelijk 82% en 79% duidelijk voorop lopen.
Waar de index op meet
De ranglijst is geen enkelvoudige maat, maar bestaat uit negen dimensies die samen het vermogen van een land om zelfstandig technologie te bezitten en te beveiligen weerspiegelen. Belangrijke onderdelen zijn:
- overheidsinvesteringen in AI
- cloudsoevereiniteit
- beschikbaarheid van technisch personeel
- ontwikkeling van AI‑modellen
- datacentercapaciteit en -autonomie
- productie van halfgeleiders
- softwarecreatie
- verwerking van zeldzame aardmetalen
Chipproductie als uitzondering — maar nog steeds fragiel
Van alle dimensies laat de productie van halfgeleiders de sterkste groei zien, aldus Forrester. Verwachte verschuivingen zijn duidelijk in de cijfers:
| Land | Score 2025 | Score 2030 |
|---|---|---|
| Verenigde Staten | 45% | 79% |
| Zuid‑Korea | 45% | 79% |
| Japan | 36% | 53% |
| China | 40% | 51% |
| India | 0% | 13% |
Hoewel die stijging voor sommige landen opvallend is, waarschuwt Forrester dat halfgeleiders en software als geheel de grootste obstakels blijven. De redenen: geconcentreerde toeleveringsketens en dominantie door een klein aantal softwareleveranciers, wat door de index als structurele kwetsbaarheid wordt gezien.
Europa blijft afhankelijk
De grootste Europese economieën boeken volgens Forrester slechts beperkte vooruitgang. Verwachte scores in 2025 versus 2030 zijn:
- Duitsland en Spanje: van 34% naar 36%
- Frankrijk: van 33% naar 35%
- Verenigd Koninkrijk: van 30% naar 32%
- Italië: van 27% naar 29%
Die minimale groei onderstreept de aanhoudende afhankelijkheid van Europa op het gebied van chips, clouddiensten, software en datacentercapaciteit.
Wat dit betekent voor Nederland
Voor Nederland ligt de les in de focus: investeren in eigen ketens — van chipassemblage tot datacenters en open, concurrerende software‑ecosystemen — is essentieel om niet achter te lopen. Forrester toont dat individuele technologische projecten wel vooruitgang kunnen boeken (zoals chipproductie in enkele landen), maar dat zonder bredere, gecoördineerde strategie Europese landen moeite blijven houden met echte soevereiniteit.
Kortom: kleine verbeteringen in scores verbergen grote structurele afhankelijkheden. Als Europa en Nederland minder afhankelijk willen worden, vraagt dat meer dan symbolische maatregelen: een combinatie van gerichte investeringen, publiek‑private partnerschappen en aandacht voor toeleveringsketens.