Proef bij de Maakfabriek geeft eerste beeld
In Zwolle loopt een proef met een laadlichtmast bij de Maakfabriek. De mast ziet er aan de buitenkant uit als een reguliere lantaarnpaal, maar bevat een geïntegreerde laadunit waarmee automobilisten met hun eigen laadkabel kunnen opladen — vergelijkbaar met een gewone AC-laadpaal. Volgens de initiatiefnemers gaat het om de eerste laadlichtmast in de provincie Overijssel.
De proef onderzoekt praktische en technische vragen: of bestaande locaties met lantaarnpalen benut kunnen worden om laadpunten toe te voegen zonder extra palen in de openbare ruimte te plaatsen, en of het elektriciteitsnet en de paal zelf geschikt zijn voor deze functie.
Wat zeggen de cijfers?
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Totaal aantal lantaarnmasten in Zwolle | 22.000 |
| Aandeel direct naast twee parkeerplaatsen | 11% (bij benadering) |
| Geschatte geschikte masten | ~3.000 |
De initiatiefnemers benadrukken dat deze ~3.000 masten niet automatisch opladers krijgen: het gaat om masten die al op een geschikte plek staan. Voor echte toepassing is vaak een nieuwe mast met extra techniek en voldoende stroomcapaciteit nodig.
Ruimte en netcapaciteit zijn knelpunten
Een belangrijk voordeel dat wordt genoemd is het beperken van extra objecten in de openbare ruimte. Omdat de laadunit in de paal zit, blijft er volgens de initiatiefnemers meer ruimte over op stoepen en parkeerplaatsen. Tegelijkertijd zijn er technische beperkingen: bestaande masten kunnen niet altijd eenvoudig worden omgebouwd.
- Niet elke lantaarnpaal is geschikt: vaak is een nieuwe mast vereist met aanvullende techniek.
- Soms kan een kleine verplaatsing van de paal (bijvoorbeeld één meter) voldoende zijn om twee parkeerplaatsen te kunnen bedienen.
- Netcapaciteit en aansluiting bepalen of een locatie daadwerkelijk realiseerbaar is.
"geen extra laadpaal op straat, maar gewoon de stekker in de lantaarnpaal"
De proef bij de Maakfabriek moet duidelijkheid geven over zulke praktische vragen. Als uit tests blijkt dat de techniek en de netaansluiting betrouwbaar en veilig werken, kan dit in theorie leiden tot snellere en ruimtelijk zorgvuldiger uitrol van laadpunten in wijken waar parkeren op straat plaatsvindt.
Voor bewoners betekent dit potentieel minder visuele en fysieke hindernis van extra palen en meer mogelijkheden om dicht bij huis te laden. Voor de gemeente en netbeheerders brengt het echter mogelijke investeringen in nieuwe masten, aanpassingen aan het elektriciteitsnet en afspraken over beheer en betaling met zich mee.
De proef is nog kleinschalig; concrete besluiten over brede uitrol hangen af van de uitkomsten van technische tests en van kosten-batenanalyses die samen met betrokken partijen gemaakt moeten worden.