De recente wereldnieuwswaarde rond het opvallende 'Likweli'-aapje uit de binnenlanden van de Democratische Democratische Republiek Congo roept belangrijke vragen op over wat precies telt als een nieuwe soort. Volgens bioloog verbonden aan Naturalis is de ontdekking uitzonderlijk, juist omdat het om een zoogdier gaat: de meeste jaarlijks ontdekte soorten zijn insecten, spinnen of vissen.
Waarom een aap zo bijzonder is
Wetenschappelijke publicaties schatten dat er elk jaar gemiddeld ongeveer 16.000 onbekende soorten worden beschreven, maar dat aantal bestaat hoofdzakelijk uit kleine of vaak weinig bestudeerde organismen. Bij zoogdieren, en in het bijzonder bij apen, komen nieuwe soorten veel minder vaak voor. In de afgelopen 75 jaar zijn in Afrika volgens de bron slechts vijf nieuwe apensoorten beschreven — inclusief het nu gepresenteerde Likweli‑aapje.
De twee paden naar een nieuwe soort
Volgens de geïnterviewde bioloog moeten onderzoekers doorgaans twee lijnen volgen om vast te stellen of iets een nieuwe soort is:
- Morfologisch onderzoek: vergelijken van uiterlijke kenmerken en skeletstructuur — zichtbaar aan verwisselingen in bijvoorbeeld grootte, kleurpatronen of botopbouw.
- Genetisch onderzoek: DNA‑analyse die nagaat hoe ver een populatie genetisch afwijkt van bekende soorten.
In de praktijk is het werk specialistisch en tijdrovend. Kleine variaties binnen een bekende soort kunnen verwarring scheppen; alleen een duidelijk afwijkend exemplaar — zoals het voorbeeld in de bron over het zien van een giraffe tussen olifanten — maakt direct zichtbaar dat er mogelijk een nieuwe soort is. Maar vaak zijn verschillen subtiel en vereist verder onderzoek.
"Als ik daar in Congo had rondgelopen, had ik nooit gezien dat dit een nieuw soort was, dat is echt heel erg specialistisch werk."
Continentale context en lokale kennis
De berichtgeving benadrukt ook een aandachtspunt dat vaker terugkeert bij nieuwe soorten: de rol van inheemse gemeenschappen. Een soort kan voor lokale bewoners al generaties lang bekend zijn, terwijl de wetenschappelijke wereld die pas later 'ontdekt'. Dat roept vragen op over wat 'ontdekken' precies betekent en hoe samenwerking met lokale bewoners en kennisdragers een rol kan spelen bij wetenschappelijke beschrijving en bescherming.
Gevolgen voor behoud en onderzoek
Het formeel beschrijven van een soort is meer dan academisch: het is vaak een eerste stap richting het beoordelen van de kwetsbaarheid van die populatie en het nemen van beschermingsmaatregelen. Voor apensoorten, die vaak kleine, geïsoleerde populaties vormen en afhankelijk zijn van intact habitat, kunnen dergelijke stappen cruciaal zijn.
| Aspect | Gegeven uit de bron |
|---|---|
| Gemiddeld aantal nieuw beschreven soorten per jaar | ~16.000 (voornamelijk ongewervelden en vissen) |
| Aantal nieuwe Afrikaanse apensoorten in 75 jaar | 5 (inclusief het Likweli‑aapje) |
De combinatie van veldobservatie, morfologisch en genetisch onderzoek, en de vraag naar inclusieve samenwerking met lokale gemeenschappen, bepaalt of een vondst uiteindelijk als aparte soort wordt erkend en welke beschermingsstappen volgen. Voor Nederlandse instituten zoals Naturalis betekent zo'n ontdekking niet alleen wetenschappelijke waardering, maar ook een verantwoordelijkheid richting biodiversiteitsbehoud en internationale samenwerking.