Vietnam zet een stap richting vereenvoudiging van regels in de communicatiesector. Tijdens een buitengewone zitting van de Nationale Vergadering wordt, via een versnelde procedure, een wetsvoorstel behandeld dat bepalingen in de Wet op de Radiofrequentie, de Wet op de Telecommunicatie en de Wet op Elektronische Transacties wijzigt. Doel: het wegnemen van overlappende vergunningseisen en het verlagen van nalevingskosten, terwijl de kern van het staatsbeheer intact blijft.
Overbodige voorwaarden op de schop
Volgens minister van Wetenschap en Technologie Vu Hai Quan bevatten sommige huidige voorwaarden voor het verlenen van radiofrequentievergunningen in de praktijk al door andere mechanismen afgedekte nalevingseisen. Die dubbellaagse controles zorgen voor extra administratieve lasten zonder aantoonbaar beter toezicht. De minister schetste daarom de lijn voor hervorming:
Het vereenvoudigen van procedures "verhoogt de administratie en de nalevingskosten zonder de managementefficiëntie te verhogen."
Het voorstel mikt erop dergelijke voorwaarden uit het vergunningstraject te halen, met behoud van de bestuurlijke doelen. Daarbij wordt aangesloten op internationale kaders die vooral de bekwaamheid van radio-operators centraal stellen.
Certificering blijft, training uit de wet
Cruciaal element is het aanscherpen van de afbakening rond opleiding en certificering van radio-operators. De regering wil de reikwijdte van de sector “Opleiding en certificering van radio-operators” in de Investeringswet beperken. De redenering sluit aan bij de praktijk van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU): die vraagt om gewaarborgde competentie via certificering, maar schrijft geen afzonderlijke regels voor opleidingsactiviteiten voor. Inhoud, examen en certificering zijn al vastgelegd in sectorspecifieke wetgeving die aansluit bij internationale verdragen, waaronder IMO, ICAO en STCW.
- Afschaffen van opleidingsvoorschriften in de Wet op de Radiofrequentie
- Handhaven en verduidelijken van certificeringseisen voor radio-operators
- Administratieve vereenvoudiging zonder verlichting van toezichtdoelen
Wijzigingen in de Radiofrequentiewet en taakverdeling
In uitvoering van regeringsresoluties nr. 66.17/2026/NQ-CP en nr. 66.18/2026/NQ-CP stelt het ministerie voor om punt h, lid 2, artikel 5 en artikel 32 van de Wet op de Radiofrequentie aan te passen. Daarmee verdwijnen wettelijke bepalingen die zich specifiek op opleiding richten. De bevoegdheid om certificaten af te geven en in te trekken wordt verdeeld over vier ministeries.
| Ministerie | Beoogde certificaatbevoegdheid |
|---|---|
| Wetenschap en Technologie | Uitgifte en intrekking |
| Nationale Defensie | Uitgifte en intrekking |
| Openbare Veiligheid | Uitgifte en intrekking |
| Bouw | Uitgifte en intrekking |
Door de certificeringsbevoegdheid te spreiden, wil de regering de aansluiting bij verschillende toepassingsdomeinen versterken, zonder extra schotten in het toezicht op te werpen.
Waarom nu: internationale aansluiting en minder overlap
De motivatie is tweeledig. Enerzijds is er het streven naar regeldrukverlaging waar dubbele controles of eisen zijn ontstaan. Anderzijds refereert de minister aan internationale praktijk: de ITU verlangt competentiegaranties via certificaten, terwijl specifieke opleidingsroutes nationaal en sectorspecifiek kunnen worden ingevuld. Daarmee past de hervorming in een bredere trend om normen te harmoniseren met bestaande verdragen van onder meer IMO en ICAO, zonder extra nationale drempels te creëren.
De Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) vereist dat de competentie van radio-operators wordt gewaarborgd door middel van certificering en legt geen regels op aan opleidingsactiviteiten.
Gevolgen: minder papierwerk, toezicht blijft
Als het voorstel wordt aangenomen, verdwijnen vergunningseisen die hetzelfde doel al via andere kanalen borgen. Voor bedrijven en professionals in radiofrequentiegebruik kan dat betekenen: minder formulieren, lagere nalevingskosten en snellere doorlooptijden. Tegelijk benadrukt de regering dat het geen versoepeling van het staatsbeheer is, maar een rationalisering: certificering en toezicht blijven de kern, afgestemd op internationale standaarden. De daadwerkelijke impact hangt af van de uitwerking in lagere regelgeving en de onderlinge afstemming tussen de vier betrokken ministeries.