De lokale fractie van de SGP in Nunspeet trekt aan de bel over de manier waarop het nieuwe college invulling wil geven aan een ‘nieuwe bestuurscultuur’. Volgens raadslid Reinier de Bruin schort het aan tijdige en volledige informatievoorziening richting de gemeenteraad op twee lopende dossiers, en staat daarmee de beloofde openheid onder spanning.
Wat ligt er op tafel?
De zorgen concentreren zich rond twee trajecten: het eerder aangekondigde onderzoek naar dorpshuizen en het rekenkameronderzoek naar armoedebestrijding. In beide gevallen, stelt de SGP, is onduidelijk hoe het college de raad betrekt en informeert over voortgang, keuzes en termijnen.
| Dossier | Huidige stand |
|---|---|
| Dorpshuizen-onderzoek | Door het college nog niet voortgezet; capaciteitsproblemen genoemd en besluitvorming afhankelijk van het nieuwe coalitieakkoord. |
| Rekenkameronderzoek armoedebestrijding | Onderzoek duurde langer dan gebruikelijk; sprake van correcties van feitelijke onjuistheden. SGP wil inzicht in reacties, invloed op de eindversie en de rol van het college. |
‘Nieuwe bestuurscultuur’ getoetst aan de praktijk
De Bruin benadrukt dat bestuurscultuur niet primair draait om retoriek, maar om het stelselmatig meenemen van raad en inwoners bij wezenlijke besluiten. De partij betwijfelt of dat nu gebeurt. Over het dorpshuizen-onderzoek zegt de SGP dat uit de beantwoording van raadsvragen niet blijkt of de bestuurlijke opdracht nog wordt uitgevoerd, laat staan op welke termijn en op basis van welke overwegingen.
“Het is onduidelijk of het college de opdracht van de raad nog steeds uitvoert, op welke termijn dit gebeurt en welke afwegingen hieraan ten grondslag liggen. Dat gebrek aan duidelijkheid past niet bij een bestuurscultuur waarin openheid en transparantie centraal zouden moeten staan.”
Ook de afhandeling van het rekenkameronderzoek roept voor de fractie nieuwe vragen op. Daarbij gaat het de SGP niet alleen om de duur van het proces, maar vooral om de zichtbaarheid van beïnvloeding in de eindrapportage.
“Het is goed dat feitelijke onjuistheden worden gecorrigeerd. Tegelijk moet de onafhankelijke positie van de Rekenkamer worden gewaarborgd. We willen inzicht in de aard van de reacties, de invloed daarvan op het rapport en de rol van het college in dit proces.”
Reactie van het college: capaciteit en timing
Het college stelt in antwoorden aan de raad dat het vervolgen van het onderzoek naar dorpshuizen is vertraagd door capaciteitsproblemen. Bovendien wordt pas, afhankelijk van het nieuwe coalitieakkoord, besloten hoe het traject verder vorm krijgt. Die weging van schaarse inzet en politieke prioritering is op zichzelf niet ongebruikelijk, maar vergt volgens de SGP wel een expliciet kader richting de raad, inclusief motivering en tijdpad.
Rekenkamer en onafhankelijkheid: institutionele context
Elke gemeente beschikt over een onafhankelijke rekenkamer(functie) die het lokale bestuur doorlicht op doeltreffendheid en doelmatigheid. Correcties op feitelijke onjuistheden komen in onderzoeksprocessen voor; de kern is dat de inhoudelijke eindverantwoordelijkheid bij de rekenkamer blijft. De SGP vraagt daarom om inzicht in de wisselwerking tussen college en rekenkamer bij het dossier armoedebestrijding en wil weten in hoeverre reacties van het college hun weg hebben gevonden in het definitieve rapport.
Politieke lading en consequenties
Opmerkelijk is dat beide onderwerpen stammen uit de periode waarin de SGP zelf nog deel uitmaakte van het college. Dat maakt de huidige kritiek politiek beladen, maar ook relevant: de partij legt de lat voor transparantie publieks zichtbaar hoger en vraagt om een vaste lijn in de omgang met opdrachten van de raad. In de dagelijkse praktijk draait dat om basisafspraken:
- Helderheid of en hoe de college-opdracht van de raad wordt uitgevoerd.
- Een concreet tijdpad met terugkoppelmomenten aan de gemeenteraad.
- Uitleg van de afwegingen die tot uitstel, bijsturing of herprioritering leiden.
- Transparantie over reacties op rekenkamerrapporten, de invloed daarvan op de eindtekst en de rol van het college.
De inzet is groter dan de twee dossiers zelf. Onder de vlag van een ‘nieuwe bestuurscultuur’ verwacht de raad niet alleen betere toon en intenties, maar vooral voorspelbare informatie en actieve openbaarmaking wanneer processen vertragen of wijzigen. Of het Nunspeetse college daar de komende weken tastbaar invulling aan geeft, moet blijken uit de vervolgstappen bij het dorpshuizen-onderzoek en de toelichting op de afronding van het rekenkamerwerk rond armoedebestrijding.
Voor inwoners is de uitkomst niet academisch. Dorpshuizen zijn vaak de ruggengraat van de sociale infrastructuur; armoedebeleid raakt direct aan bestaanszekerheid. In beide gevallen is het cruciaal dat gekozen volksvertegenwoordigers tijdig en volledig worden geïnformeerd, zodat zij hun controlerende taak kunnen uitoefenen en waar nodig kunnen bijsturen. De SGP heeft het debat daarover nadrukkelijk geopend; het is nu aan het college om de door de raad gevraagde duidelijkheid te verschaffen.