Tijdens de extreem warme dagen eind juni is in Nederland een uitzonderlijk hoog aantal tekenbeten geregistreerd, melden onderzoekers die samenwerken in Tekenradar (een initiatief van het RIVM en Wageningen University). In de warmste week gaf een vaste groep deelnemers 31,7% aan dat zij gebeten waren door een teek — een absoluut record in de waarnemingen.
Wat laten de cijfers zien?
De vastgestelde piek wijkt duidelijk af van voorgaande jaren. Ter vergelijking: vorig jaar bleef de piek net onder de 30 procent en in 2024 bleef de zomerpiek onder de 20 procent. Naast de vaste melders ontving Tekenradar in die hete week ook ruim achthonderd afzonderlijke meldingen van tekenbeten.
Niet alleen in bossen: ook in tuinen
Een belangrijk aandachtspunt is dat teken niet alleen in uitgestrekte bosgebieden actief zijn. Veel beten werden gemeld in particuliere tuinen en andere stedelijke of halfstedelijke groenstroken. Dit onderstreept dat een snelle controle van huid en kleding na buitenactiviteiten nuttig blijft, ook bij een kort bezoek aan het groen.
- Recordweek: 31,7% van vaste Tekenradar-melders gebeten in de heetste week van juni.
- Extra meldingen: ruim 800 losse registraties bovenop vaste deelnemers.
- Risico per provincie: sterke regionale verschillen, met Groningen bovenaan en Noord-Brabant relatief laag.
Regionale cijfers
De waarnemingen laten aanzienlijke variatie zien tussen provincies. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het percentage meldingen dat in tuinen plaatsvond tijdens de hete week, naast een korte referentiewaarde voor de gemiddelde week 1–27 van het jaar.
| Provincie | % tekenbeten in tuin (hete week) | % tekenbeten in tuin (gem. week 1–27) |
|---|---|---|
| Groningen | 58% | 47% |
| Fryslân | 47% | 39% |
| Limburg | 45% | 33% |
| Noord-Brabant | 31% | 26% |
Waarom deze stijging?
Onderzoekers wijzen erop dat warm weer tekenactiever kan maken en dat meer buitenactiviteiten de kans op contact vergroten. Tegelijkertijd zijn er nog onduidelijkheden: waarom sommige provincies veel hoger scoren dan andere is voor experts nog niet verklaard. Factoren als lokale vegetatie, gedrag van mensen tijdens hitteperiodes en regionale verschillen in tekenpopulaties kunnen meespelen.
Voor de publieke gezondheid is de huidige situatie reden om alert te blijven. Controle van de huid na verblijf in groen — ook de eigen tuin — en snelle verwijdering van een gevonden teek verminderen het risico op overdracht van ziekteverwekkers, waaronder de bacterie die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Het RIVM en Tekenradar blijven meldingen verzamelen en adviseren burgers te blijven letten op tekenen van een infectie.
Deze cijfers benadrukken dat de gevolgen van extreme weersomstandigheden zich direct kunnen vertalen naar risico's voor de volksgezondheid. Blijf op de hoogte van landelijke en lokale adviezen en meld gevonden teken via de gebruikelijke kanalen zodat onderzoekers een actueel beeld houden.