De Verenigde Staten staan op het punt een nieuwe reeks invoerheffingen te presenteren. De in februari ingestelde tijdelijke 10 procent importbelasting, die zonder Congres-toestemming maximaal 150 dagen mocht gelden, loopt af op 24 juli. Volgens deskundigen heeft Washington de afgelopen maanden gewerkt aan maatregelen die juridisch steviger zijn verankerd en daardoor moeilijker kunnen worden aangevochten.
Het tariefbeleid van president Trump kreeg eerder dit jaar een tik toen het Amerikaanse Hooggerechtshof een streep zette door tarieven die per land verschilden. Als noodgreep volgde een uniforme 10%-heffing op een breed pakket goederen uit het buitenland. Die tijdelijke route is nu uitgeput, waardoor de regering zoekt naar alternatieven met een grondiger onderbouwing.
Juridische onderbouwing verbreed
De Amerikaanse overheid onderzocht in dat kader twee sporen: mogelijke overtollige productie in andere landen en het gebruik van dwangarbeid. Opvallend is dat ook de EU in het dwangarbeidsonderzoek is meegenomen. Daarmee verschuift de discussie van louter handelsbalans en strategische sectoren naar morele en mensenrechtelijke criteria, wat in de praktijk de rechtspositie tegenstanders verzwakt.
"President Trump leunt sterk op invoerheffingen voor zijn handelsbeleid en is voortdurend op zoek voor een juridische onderbouwing waarmee hij kan wegkomen", zegt Elmar Otten van ondernemersvereniging Evofenedex.
Volgens Martijn Schippers, douane-expert bij EY en hoofddocent douanerechten aan de Erasmus Universiteit, is de lat voor tegenbewijs hoger wanneer Washington voorafgaand onderzoek kan overleggen. Hij noemt de inzet van het dwangarbeid-argument richting Europa opvallend.
"Het gaat vrij ver om de EU te beschuldigen van dwangarbeid", zegt Schippers. "Deze heffingen kunnen veel moeilijker worden aangevochten omdat er een heel onderzoek aan vooraf is gegaan."
Tijdlijn en spelregels
| Gebeurtenis | Datum/omvang |
|---|---|
| Uniforme importheffing ingesteld | Februari, 10% |
| Maximale duur zonder Congres | 150 dagen |
| Verstrijken termijn | 24 juli |
Wat er daarna volgt, hangt af van de uitkomst van de Amerikaanse trajecten. De verwachting is dat de regering nieuwe heffingen communiceert die steunen op de bevindingen uit de onderzoeken. Daarmee zou een juridisch steviger pakket ontstaan, in elk geval vergeleken met de tijdelijke 10%-maatregel.
Gevolgen voor Nederland en EU nog onduidelijk
Wat dit concreet betekent voor Nederlandse bedrijven blijft vooralsnog onzeker. De impact hangt af van de uiteindelijke productlijsten, uitzonderingen en definities die Washington hanteert. Ook de wisselwerking met recente afspraken tussen de VS en de EU — die per 1 juli zijn ingegaan en waarin Europa lagere tarieven op Amerikaanse goederen toezegt — is nog niet scherp te duiden op basis van de beschikbare informatie.
Voor nu is het belangrijkste dat de periode van duidelijkheid die de uniforme 10%-heffing bood, opnieuw plaatsmaakt voor onzekerheid in handelsketens. Bedrijven die leveren aan de Amerikaanse markt zullen rekening moeten houden met potentieel verschillende heffingsgronden (overtollige productie, dwangarbeid) en mogelijk uiteenlopende criteria per sector.
Waarop te letten de komende week
- Officiële bekendmaking uit Washington over het vervolg op of na 24 juli.
- Woordkeuze in de juridische onderbouwing: verwijzingen naar overtollige productie of dwangarbeid zijn richtinggevend voor productselectie en vrijstellingen.
- Eventuele signalen of de EU expliciet wordt geraakt, wat directe gevolgen kan hebben voor Nederlandse exporteurs.
Totdat er duidelijkheid is, blijft de markt in de wachtstand. Nieuwe heffingen met een stevigere onderbouwing zouden minder snel door rechters worden teruggedraaid, en daarmee langduriger van kracht kunnen blijven dan de tijdelijke 10%-heffing die nu afloopt.