Politie en het Openbaar Ministerie luiden de noodklok over besloten online ‘Com’- en 764-groepen waarin jongeren – ook in Nederland – worden aangezet tot extreem gewelddadig en grensoverschrijdend gedrag. In deze digitale omgevingen circuleren opdrachten en drukmiddelen die kunnen leiden tot het mishandelen van huisdieren, seksueel misbruik, zelfverminking en zelfs suïcide. Volgens betrokken diensten zijn er concrete, wereldwijd bekende voorbeelden en doen zich ook in ons land incidenten voor waarbij de scheidslijn tussen slachtoffer en dader vervaagt.
Besloten structuren met extreme druk
De groepen – ‘Com’ staat voor ‘community’ – opereren in besloten kanalen en maken gebruik van mechanismen die kwetsbare, soms piepjonge kinderen, onder zware sociale druk zetten. Deelnemers worden aangespoord of gedwongen om steeds verder te gaan, met als doel het shockeffect. Het gaat niet zelden om opdrachten die leiden tot ernstige psychische en fysieke schade, zowel bij de betrokkene als in diens omgeving.
In een van de zaken die al voor de rechter kwamen, werd een verdachte geïdentificeerd als Mert A.. Volgens de beschikbare informatie heeft hij slachtoffers laten snijden in hun eigen lichaam om zijn bijnaam daarin te kerven. Die casus illustreert volgens justitie hoe daders in zulke groepen slachtoffers instrueren en controleren.
Moeilijk te bestrijden door schuilgedrag
Opsporing en vervolging worden bemoeilijkt doordat jongeren die deze netwerken draaiende houden, er alles aan doen om onder de radar te blijven. Accounts wisselen snel, platforms verschuiven en bewijsmateriaal wordt in gesloten kringen gedeeld en even snel gewist. Daardoor is het voor politie en OM lastig om zicht te krijgen op de organisatiegraad, de hoofdverantwoordelijken en de geografische spreiding van betrokkenen.
“We maken ons grote zorgen.”
Die zorg betreft niet alleen de ernst van de gedeelde inhoud en opdrachten, maar ook het gegeven dat dezelfde personen vaak afwisselend slachtoffer én dader zijn. Sommige jongeren die onder druk strafbare feiten pleegden, durven geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding of vervolging. Dat vergroot de drempel naar hulpverlening en legt extra druk op strafrecht en zorg om zorgvuldig samen op te trekken.
Impact op gezinnen en opvoeding
Voor ouders is het extra ingewikkeld toezicht te houden, omdat veel activiteiten zich afspelen achter het scherm en in gesloten apps. De vraag hoe een gezin signalen kan herkennen en wat de juiste reactie is wanneer er vermoedens bestaan, staat prominent op de agenda van betrokken instanties.
- In besloten ‘Com’- en 764-groepen worden jongeren aangezet tot (zelf)geweld en misbruik.
- Opsporing is lastig doordat beheerders en deelnemers technieken gebruiken om onzichtbaar te blijven.
- Slachtoffer- en daderschap lopen vaak door elkaar, wat de hulpvraag verhoogd complex maakt.
Rechtszaken en publieke waarschuwingen
Enkele zaken zijn al aan de rechter voorgelegd. Het voorbeeld rond Mert A. toont de persoonlijke gevolgen voor slachtoffers die onder dwang of druk handelden. Justitie en politie benadrukken dat ze deze ontwikkeling nauwlettend volgen en waar mogelijk ingrijpen.
Ook in media worden de risico’s breed besproken. In een nieuwe aflevering van de podcast Heterdaad komt dit fenomeen uitgebreid aan bod. Verslaggevers John van den Heuvel, Gerda Frankenhuis en Marcel Vink bespreken met presentator Eveline Bijlsma hoe de groepen opereren, welke tactieken daders inzetten en wat dat betekent voor slachtoffers, ouders en opsporing. De aflevering is te beluisteren via gangbare podcastplatforms.
Opsporingsperspectief en grensoverschrijding
De problematiek is grensoverschrijdend. Er zijn wereldwijd voorbeelden bekend en Nederlandse diensten signaleren dat ook hier jongeren betrokken raken. Informatie-uitwisseling met partners, binnen en buiten Nederland, is essentieel om daders in beeld te brengen en slachtoffers te beschermen. Tegelijk onderstrepen politiediensten dat technische behendigheid van beheerders en wisselende platforms het speelveld voortdurend verschuiven.
| Betrokken partij | Rol/zorgpunt |
|---|---|
| Politie | Signaleert besloten groepen; stuit op opsporingsdrempels |
| Openbaar Ministerie | Waarschuwt voor ernstige schade; brengt zaken voor de rechter |
| Jongeren | Kunnen tegelijk slachtoffer en dader zijn; schroom om hulp te zoeken |
| Ouders/verzorgers | Moeilijk zicht op online gedrag; zoeken naar handelingsperspectief |
Vooruitblik
De kernboodschap van politie en OM is dat de combinatie van beslotenheid, extreme inhoud en de jonge leeftijd van betrokkenen tot structurele risico’s leidt. Preventie, tijdig ingrijpen en het verlagen van de drempel naar hulp zijn daarbij terugkerende aandachtspunten. Justitie benadrukt dat elk signaal dat kan leiden tot het stoppen van dwang of het beschermen van een kind, van belang is. De komende periode staat in het teken van het verder zichtbaar maken van deze praktijken en het ondersteunen van slachtoffers, met oog voor hun vaak dubbele positie in deze online groepen.