De toename van het aantal vrouwelijke wethouders is tot stilstand gekomen: in de nieuw gevormde gemeentebesturen bestaat ongeveer 29 procent van de wethouders uit vrouwen, vrijwel gelijk aan het aandeel na de raadsverkiezingen van vier jaar geleden.
Regionale verschillen en ontbrekende vertegenwoordiging
Een analyse van de formaties, uitgevoerd door de NOS en de regionale omroepen, laat aanzienlijke provinciale verschillen zien. In Utrecht vormt met 33 vrouwelijke wethouders ruim een derde van alle wethouders een vrouwelijk aandeel. Aan het andere uiterste bevindt zich Zeeland, waar slechts acht vrouwelijke wethouders zijn aangesteld — ongeveer één op de zes wethouders in die provincie.
- Landelijk aandeel vrouwen in colleges: ~29%
- Utrecht: 33 vrouwelijke wethouders (ruim 33%)
- Zeeland: 8 vrouwelijke wethouders (~16,7%)
- Gevormde colleges: 322 van de 340 gemeenten
Reactie op mannelijke colleges en lokale politiek
De samenstelling van enkele colleges leidde tot publieke verontwaardiging. In Heerlen presenteerde een kandidaat-college aanvankelijk zes mannelijke wethouders en geen vrouwen. Na kritiek droeg kandidaat-wethouder Rolf Rozestraten (Ouderen Partij Heerlen) zijn plek over aan een vrouwelijke partijgenoot. Hij zei daarbij:
"Soms vraagt leiderschap ook om ruimte te maken voor een ander"
De episode toont zowel de druk op politieke representatie als de wisselwerking tussen lokale opinie en formatiekeuzes. In ruim tachtig gemeenten maakt het nieuwe collegeperiode dat er geen enkele vrouw in het college zit.
Verhouding lokale en landelijke partijen
Lokale partijen blijven krachtig bij de collegeformaties: zij wisten opnieuw het meeste voordeel uit de onderhandelingen te halen en verwierven 37 procent van de wethoudersposten — meer dan hun aandeel in de raadszetels zou doen vermoeden. Onder de landelijke partijen behaalde het CDA het grootste aantal wethouderszetels, met ongeveer 17 procent, gevolgd door de VVD. Die partijen zijn daarmee relatief beter vertegenwoordigd in colleges dan op basis van hun verkiezingsuitslag verwacht mocht worden.
| Rubriek | Cijfer |
|---|---|
| Landelijk aandeel vrouwelijke wethouders | ~29% |
| Aandeel wethouders bij lokale partijen | 37% |
| CDA-aandeel wethouders | ~17% |
Waar het aandeel vrouwen in collegefuncties tussen zestien jaar geleden en 2022 opliep van 19 procent naar 29 procent, lijkt die stijgende lijn nu te zijn vastgelopen. Dat geeft aanleiding tot vragen over de effectiviteit van zowel politieke cultuur als selectie- en formatiepraktijken bij gemeenten.
De uitkomsten van de formaties hebben ook implicaties voor beleidsprioriteiten en representatie op lokaal niveau. Een gelijkere verdeling van bestuursfuncties kan invloed hebben op onderwerpen als zorg, jeugdbeleid en sociale voorzieningen, waar achtergronden en ervaringen van bestuurders doorwegen bij prioritering en uitvoering. De samenstelling van colleges en de dominantie van lokale partijen zullen de komende jaren mede bepalen hoe gemeentelijk beleid wordt vormgegeven.