Wall Street verschuift van praat naar bonnen. Grote technologieconcerns moeten nu aantonen dat hun meerjarige, miljardeninvesteringen in AI-infrastructuur ook daadwerkelijk renderen. Dat blijkt uit actuele consensuscijfers en de komende kwartaalrapportages van de hyperscalers.
Grootste kapitaaluitgaven ooit
De vier hyperscalers Amazon, Microsoft, Alphabet en Meta hebben hun gezamenlijke kapitaaluitgaven voor het lopende jaar opgehogen naar ongeveer 725 miljard dollar (circa €632,4 miljard). Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar en betekent een stijging van ongeveer 77% tegenover 2025. De focus ligt vooral op uitgaven voor GPU's, energie-infrastructuur en extra datacentercapaciteit — middelen die nodig zijn om grote AI-modellen te trainen en te hosten.
Per bedrijf: hoeveel en waar de druk zit
De prognoses per bedrijf laten zien hoe extreem de verschuiving is. Volgens de geactualiseerde projecties is de verwachting voor capex in 2026:
- Amazon: circa $200 miljard (~€174,5 miljard)
- Microsoft: circa $190 miljard (~€165,7 miljard)
- Alphabet: tussen $180 en $190 miljard (~€157–€165,7 miljard)
- Meta Platforms: tussen $125 en $145 miljard (~€109–€126,5 miljard)
| Bedrijf | Capex (USD) | Capex (~EUR) |
|---|---|---|
| Amazon | $200 mrd | ~€174,5 mrd |
| Microsoft | $190 mrd | ~€165,7 mrd |
| Alphabet | $180–$190 mrd | ~€157–€165,7 mrd |
| Meta Platforms | $125–$145 mrd | ~€109–€126,5 mrd |
Waarom beleggers nu anders kijken
Waar eerdere beursrally's werden gevoed door het noemen van "AI" in een persbericht, willen investeerders nu harde aantoonbare monetisatie: omzetgroei, margeverbetering of concrete productinkomsten die direct uit die infrastructuur volgen. Die kapitaalallocatie schept wind in de zeilen voor leveranciers van chipsets en datacenterhardware — met name bedrijven die GPU's leveren — maar legt tegelijk druk op cloud- en softwarereuzen om te bewijzen dat de enorme investeringen niet alleen kosten zijn.
Analisten waarschuwen dat een neerwaartse bijstelling van de guidance in de komende kwartaalrapporten zou duiden op zwakkere onderliggende vraag van ondernemingen. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor waarderingen en voor bedrijven verderop in de keten, inclusief leveranciers van energie- en koeloplossingen.
Wat dit betekent voor Nederland en Europa
De kapitaalstroom richting datacenters en AI-hardware is een seculiere trend waar Europese leveranciers en energiebedrijven op kunnen aanhaken, maar het vergroot ook mondiale concurrentie en druk op toeleveringsketens. Bovendien verandert het de dynamiek op de beurs: het tijdperk van loze AI-retoriek maakt plaats voor een tijdperk waarin concrete cijfers en rendement centraal staan.
Kortom: de vraag is niet langer of bedrijven investeren in AI, maar of die uitgaven ook winstgevend te maken zijn — en of beleggers bereid zijn te betalen voor toekomstpotentieel zonder bewijzen. Die shift bepaalt de komende kwartaalrapportages en kan de koers van de hele sector beïnvloeden.