Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tegen een 24-jarige verdachte een gevangenisstraf van tien jaar en een rijontzegging van tien jaar geëist. De verdachte wordt beschuldigd van het met opzet doodrijden van een 18-jarige jongeman in de nacht van 1 op 2 maart 2025, nadat een telefonische ruzie was geëscaleerd tot een confrontatie en daaropvolgende vechtpartij.
Verloop van de gebeurtenissen
Volgens het OM vond de gebeurtenis plaats nadat een vrouw uit de groep van het slachtoffer telefonisch contact kreeg met een kennis die zich met vier andere mannen in Den Haag bevond. Het contact liep uit op verbaal geweld, waarna de Haagse mannen in een auto stapten om de confrontatie op te zoeken. De 24-jarige verdachte bestuurde die auto.
- Datum incident: nacht van 1 op 2 maart 2025
- Slachtoffer: 18-jarige man
- Gevraagde straf: 10 jaar gevangenisstraf, 10 jaar rijontzegging
Het OM stelt dat de Haagse groep via Snapchat de locatie van de groep van het slachtoffer achterhaalde en bewust naar die plek reed. De officier van justitie zei dat het doel vooraf al was vastgesteld: een confrontatie om een vechtpartij aan te gaan. Tijdens verhoren heeft de verdachte volgens de zaakpartij verklaringen afgelegd over de onderlinge bespreking vooraf.
"In de auto bespraken we nog wel van jongens maak het niet te bont, gewoon een vechtpartijtje, winnen we dan winnen we en verliezen we dan verliezen we."
Wat bewijsmateriaal leidde tot de eis?
De aanklager baseert de eis op verschillende bronnen van informatie:
- camerabeelden waarop te zien zou zijn dat de auto van de verdachte midden op de weg stopt en de doorgang blokkeert;
- getuigenverklaringen die de volgorde van uit- en instappen en de daaropvolgende vechtpartij schetsen;
- forensisch onderzoek, waaronder een analyse van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) over de snelheid waarmee de auto wegreed.
Het NFI kwam tot een schatting dat de auto tijdens de wegrit een snelheid bereikte tussen de 22 en 26 kilometer per uur. Het OM voegt daaraan toe dat juist de sterke acceleratie volgens experts weinig reactietijd liet voor het slachtoffer, iets wat van belang zou zijn voor de vraag of de bestuurder opzettelijk handelde.
Strafrechtelijke kwalificatie en proces
De officier van justitie beschouwt het incident als het gevolg van een vooraf geplande confrontatie die escaleerde. In de reconstructie zou het blokkerend parkeren, het uitstappen van meerdere inzittenden en het aanzetten tot vechten een keten van handelen vormen die uiteindelijk leidde tot het fatale wegrijden.
De verdachte ontkent niet noodzakelijk alle onderdelen van de gebeurtenissen in de verhoren, maar de kernvraag in het vervolg van het proces blijft of er sprake is geweest van opzet of van een minder zwaar verwijtbare gedraging. De rechtbank zal op basis van de aanwezige bewijzen moeten vaststellen of de tenlastelegging standhoudt.
Gevolgen en aandachtspunten
Een veroordeling met de door het OM geëiste straf zou een langdurige gevangenisstraf en langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid betekenen. Ongeacht de uitkomst van het proces brengt de zaak vragen naar voren over sociale media als navigatiemiddel voor criminele confrontaties, de rol van groepsdynamiek bij escalatie en de toepassing van forensische snelheidsanalyses in strafzaken.
| Moment | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1–2 maart 2025 | Nachtelijke confrontatie en dodelijk aanrijden |
| Verhoren | Verklaringen van verdachte en getuigen, quote van verdachte |
| NFI-rapport | Snelheid geschat op 22–26 km/u |
| Heden | OM eist 10 jaar cel en 10 jaar rijontzegging |
De zaak wordt in de rechtbank behandeld, waarbij de rechter uiteindelijk moet beoordelen of de bewijslast voldoet om tot een veroordeling over te gaan. Tot die tijd geldt de onschuldpresumptie voor de verdachte.