Het CDA in de Tweede Kamer heeft schriftelijke vragen gesteld aan landbouwminister Jaimi van Essen over het besluit van de provincie Noord-Brabant om de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven in te trekken. Kamerlid Jan-Arie Koorevaar wil van de minister weten of hij het huidige handelen van provincie en betrokken instanties als deugdelijk bestuur beoordeelt en welke rol het Rijk hier heeft.
Aanleiding en concrete vragen
De Kamervragen zijn een reactie op het provinciale besluit dat volgt op een procedure die is aangespannen door MOB (Mobilisation for the Environment). Koorevaar vraagt onder meer aandacht voor de volgende punten:
- Of het Rijk vindt dat er sprake is van behoorlijk bestuur in de afhandeling van het intrekkingsproces.
- Of de provincie voldoende is toegerust om het proces rondom intrekking van vergunningen te begeleiden.
- Hoe het Rijk kijkt naar ondernemers die gezamenlijk een stikstofreductieplan hebben ingediend, maar toch geconfronteerd worden met intrekking van hun vergunningen.
- Welke criteria het Rijk hanteert voor een zorgvuldige beoordeling en wat de minister verstaat onder perspectief voor jonge boeren.
- Hoe het intrekken van vergunningen zich verhoudt tot een gebiedsgerichte aanpak en eerder gerealiseerde stikstofreductie door bedrijfsbeëindiging.
Bestuurlijke vragen rond gebiedsaanpak en juridische procedures
Koorevaar benadrukt in zijn vragen dat onduidelijk is hoe individuele intrekkingsbesluiten passen binnen een bredere, gebiedsgerichte aanpak van stikstofreductie. Hij vraagt zich af of en hoe gerealiseerde emissiereductie door bedrijfsbeëindiging wordt meegewogen en geborgd bij de beoordeling van aanvullende maatregelen voor de overblijvende bedrijven.
Voorstel tot afstemming tussen Rijk en provincies
Verder vraagt het CDA-Kamerlid of de minister bereid is om samen met provincies te verkennen hoe juridische procedures beter gecombineerd kunnen worden met gebiedsprocessen. Volgens Koorevaar zou zo’n afstemming kunnen bijdragen aan duurzame oplossingen waarbij ondernemers, natuurorganisaties en overheden gezamenlijk worden betrokken.
Wat betekent dit voor Brabantse pluimveehouders?
Voor de betrokken ondernemers in Brabant betekent de discussie onzekerheid over hun bedrijfsvoering en investeringen. De vragen van Koorevaar richten zich expliciet op rechtszekerheid, toetsing van ingediende reductieplannen en de vraag of provinciale besluiten voldoende rekening houden met eerdere maatregelen in een gebied.
| Thema | Kernvraag |
|---|---|
| Behoorlijk bestuur | Beoordeelt het Rijk het provinciale handelen als deugdelijk? |
| Toereikendheid provincie | Is de provincie voldoende toegerust voor begeleiding van intrekkingsprocessen? |
| Gebiedsgerichte aanpak | Wordt eerdere stikstofreductie meegewogen? |
De minister heeft nog niet inhoudelijk gereageerd op de vragen. De uitkomst van de schriftelijke beantwoording kan richting geven aan de afstemming tussen Rijk en provincies en aan de rechtspositie van ondernemers in vergelijkbare dossiers.