De Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) heeft een richtlijn gepresenteerd waarmee leden concrete stappen krijgen aangereikt om generatieve AI (GenAI) veilig, professioneel en juridisch zorgvuldig in te zetten binnen hun werkproces. Centraal in de nieuwe leidraad staat de opvatting dat AI een ondersteunend instrument is en niet de ontwerper.
Wat staat er in de richtlijn?
De publicatie is opgebouwd uit drie hoofddelen: AI-geletterdheid, de afweging bij het kiezen van GenAI-tools en praktische voorschriften voor verantwoord gebruik tijdens projecten. Daarmee wil de BNO ontwerpers handvatten geven voor concrete dilemma's rond onder meer auteursrecht, privacy, vertrouwelijkheid en transparantie richting opdrachtgevers.
- AI-geletterdheid: inzicht in wat GenAI wel en niet doet, en waar de risico’s liggen.
- Keuze van tools: criteria om platforms en modellen selectief te gebruiken.
- Praktisch gebruik: protocollen voor privacy, auteursrechten en verantwoorde toepassing in projecten.
Waarom dit nu belangrijk is
De richtlijn komt op een moment waarop wettelijke eisen rond AI in Europa strakker worden: de voorgestelde AI Act introduceert onder meer plichten om in bepaalde gevallen expliciet te melden dat content met of door AI is gemaakt of aangepast. De BNO bereidt haar achterban alvast voor op die veranderende normen, zodat ontwerpers en opdrachtgevers helderheid hebben over rollen en verantwoordelijkheden.
“GenAI biedt ontwerpers veel nieuwe mogelijkheden, maar verandert niets aan de kern van goed ontwerp. Deze richtlijn laat zien hoe BNO-leden GenAI professioneel inzetten als hulpmiddel binnen een mensgestuurd ontwerpproces, met aandacht voor kwaliteit, auteursrechten, privacy en transparantie. Voor opdrachtgevers is dat van grote waarde: zij werken samen met ontwerpers die regie houden over het proces en verantwoordelijkheid nemen voor het resultaat.”
Deze toelichting komt van Jordi Vreeling, jurist bij de BNO, en vat het beleid samen: AI ondersteunt, maar neemt geen creatieve regie over.
Gevolgen voor ontwerppraktijk en opdrachtgevers
Practisch betekent de richtlijn dat ontwerpers hun werkwijze explicieter moeten vastleggen: wanneer is AI gebruikt, welke datasets of tools zijn ingezet, en welke afspraken gelden rond eigendom van output en het delen van vertrouwelijke bronnen? Voor opdrachtgevers biedt dit een meetlat om te beoordelen of een ontwerper professioneel omgaat met AI-toepassingen.
| Onderdeel | Doel |
|---|---|
| AI-geletterdheid | Begrip van mogelijkheden en beperkingen |
| Toolkeuze | Juridische en ethische selectiecriteria |
| Praktijkregels | Transparantie, privacy en auteursrechtelijke richtlijnen |
Ook signaleert de BNO de juridische spanning rond AI-training: veel modellen zijn getraind op enorme hoeveelheden tekst en beeld, waaronder beschermd ontwerpwerk. De organisatie pleit voor een eerlijke omgang met het werk van ontwerpers bij het trainen van AI-systemen en wil dat haar leden worden beschermd tegen misbruik van hun creatieve output.
Wat verandert er niet?
De BNO benadrukt dat de kern van goed ontwerp blijft berusten op menselijke creativiteit, vakmanschap en contextuele keuzes. GenAI kan ideeën versnellen of varianten genereren, maar de verantwoordelijkheid voor inhoudelijke en ethische beslissingen ligt bij de ontwerper.
Voor Nederlandse ontwerpers betekent de richtlijn een kader om AI-toepassingen te operationaliseren binnen bestaande professionele normen. Voor opdrachtgevers biedt het een garantie dat zij samenwerken met professionals die de regie houden over het proces en verantwoording afleggen over het resultaat.