Landelijke stijging, Almere als uitzondering
De politie heeft in de eerste helft van dit jaar ruim 96.000 meldingen ontvangen over personen met verward gedrag. Dat is een stijging van 17 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Opvallend is dat Almere als enige van de twintig grootste gemeenten juist een kleine daling laat zien. Uit politiecijfers, zoals gemeld door het ANP, blijkt dat Almere in de eerste zes maanden van vorig jaar 1.103 meldingen registreerde en dit jaar 1.081.
De landelijke toename past in een trend die al jaren zichtbaar is. Volgens het ANP is een stijging van deze orde sinds de coronaperiode in 2020 niet meer voorgekomen. De meeste meldingen kwamen wederom uit Amsterdam, met meer dan 6.800 incidenten, gevolgd door Rotterdam en Den Haag. De sterkste procentuele stijging werd gemeld in Zaanstad.
Flevoland: verschillen per gemeente
Binnen Flevoland lopen de cijfers uiteen. Naast de lichte daling in Almere is ook op Urk een afname te zien: van 23 naar 21 meldingen. In de andere Flevolandse gemeenten is sprake van een toename, met in Lelystad de grootste sprong vooruit: van 327 naar 448 meldingen in de eerste jaarhelft.
| Gemeente | Eerste helft vorig jaar | Eerste helft dit jaar | Verschil |
|---|---|---|---|
| Almere | 1.103 | 1.081 | −22 |
| Lelystad | 327 | 448 | +121 |
| Urk | 23 | 21 | −2 |
De cijfers voor andere Flevolandse gemeenten zijn in de nu beschikbare gegevens niet uitgesplitst, maar er is wel sprake van een algemene stijging buiten Almere en Urk.
Wat valt op aan de Almeerse daling?
Dat Almere als enige grote gemeente een daling noteert, is bestuurlijk relevant. De beschikbare cijfers geven geen verklaring voor het verschil. Bij dit soort registraties spelen doorgaans meerdere factoren een rol, zoals meldingsbereidheid van omstanders, lokale registratiepraktijken en eventuele regionale afspraken rondom zorg en veiligheid. Zonder nadere duiding van politie en gemeente blijft het gissen naar oorzaken; de cijfers laten op dit moment vooral het patroon zien.
Voor Lelystad is de stijging met ruim honderd extra meldingen in een halfjaar substantieel. Ook daar geldt dat nadere analyse nodig is om te bepalen of het gaat om meer incidenten in de openbare ruimte, veranderingen in het registreren of een toegenomen alertheid van wijkprofessionals en inwoners.
Wat betekenen meldingen ‘verward gedrag’?
Meldingen over ‘personen met verward gedrag’ omvatten uiteenlopende situaties in de openbare ruimte. Het gaat niet per definitie om strafbare feiten; vaak betreft het overlast, onbegrepen gedrag of een acute zorgvraag. De politie is doorgaans het eerste aanspreekpunt en schakelt, waar nodig, met zorgpartners. De stijging onderstreept de spanning tussen veiligheid en zorg: snelle inzet is soms nodig om escalatie te voorkomen, maar langdurige ondersteuning valt buiten de politietaak.
- Landelijk beeld: +17% meldingen in de eerste jaarhelft.
- Almere: lichte daling van 1.103 naar 1.081 meldingen.
- Lelystad: duidelijke stijging van 327 naar 448.
Bestuurlijke vervolgstappen en transparantie
Voor gemeentebesturen ligt hier de opgave om samen met politie en zorgketen de ontwikkeling blijvend te volgen. Openbare verantwoording over de interpretatie van de cijfers, eventuele knelpunten in de opvang en ondersteuning, en de effecten op de leefbaarheid per wijk, helpt de raad om gericht keuzes te maken. Zeker in gemeenten met stijgende aantallen is inzicht in wachttijden, beschikbare voorzieningen en herhaalmeldingen relevant om beleid bij te sturen. Voor Almere geldt dat het afwijkende beeld vraagt om een onderbouwde toelichting: is er sprake van stabilisatie, betere toeleiding naar hulp, of verschuift het probleem naar andere domeinen? Die vragen verdienen een publiek antwoord.
Praktische informatie voor inwoners
Wie te maken krijgt met een persoon in acute nood of gevaar, belt 112. Bij niet-spoedeisende situaties kan de politie via 0900-8844 worden bereikt. Beschikbare ondersteuning en hulpverlening verschillen per gemeente; inwoners kunnen daarnaast bij zorgen over iemand in hun omgeving laagdrempelig contact zoeken met wijkteams of de huisarts voor verdere doorverwijzing.