Het college van Zaanstad heeft vastgelegd op welke wijze het wil optreden tegen zogenoemde slapende vergunningen: omgevingsvergunningen voor bouwen die lange tijd niet worden benut. Volgens het college moet sneller intrekken woningbouw bevorderen, speculatie tegengaan en voorkomen dat verouderde vergunningen nieuwe ontwikkelingen blokkeren. De bevoegdheid om vergunningen in te trekken bestaat al onder de Omgevingswet, maar de gemeente geeft nu aan hoe zij deze bevoegdheid concreet wil toepassen.
Wat verandert er precies?
In de nieuwe beleidsregel staat dat de gemeente een vergunning kan intrekken als binnen een jaar niet met de bouw is begonnen of als werkzaamheden langer dan een jaar stilliggen. Met die norm wil het college voorkomen dat bouwrechten jarenlang op de plank blijven liggen en zogeheten ontwikkelingsruimte bezetten die elders voor woningbouw of andere projecten gebruikt kan worden.
Critici vragen om feiten en juridische duidelijkheid
De fractie Democratisch Zaanstad heeft schriftelijke en technische vragen gesteld aan het college. De partij wil eerst helderheid over de aard en omvang van het probleem voordat de nieuwe beleidsregel definitief wordt ingevoerd. Centraal staan vragen over de noodzaak, de juridische onderbouwing en mogelijke onvoorziene gevolgen.
"Niet duidelijk of de maatregel een oplossing biedt voor een aantoonbaar probleem of juist nieuwe vertraging veroorzaakt."
Democratisch Zaanstad vraagt onder meer:
- Hoeveel slapende vergunningen zijn er op dit moment in Zaanstad?
- Hoeveel daarvan hebben betrekking op woningbouw en om hoeveel woningen zou het gaan?
- Op welke gegevens baseert het college de verwachting dat intrekken daadwerkelijk leidt tot snellere woningbouw?
Risico op extra procedures en vertraging
De partij waarschuwt dat intrekking niet automatisch leidt tot snellere bouw: ontwikkelaars moeten mogelijk opnieuw vergunning aanvragen, wat extra procedures, kosten en vertraging met zich mee kan brengen. Democratisch Zaanstad vraagt daarnaast aandacht voor situaties waarin vertragingen buiten de schuld van de vergunninghouder ontstaan, zoals door netcongestie, stikstofregelgeving, personeelstekorten, lopende bezwaarprocedures of financieringsproblemen.
De gemeentelijke beleidsregel moet volgens de kritische vragen daarom ook waarborgen bevatten om onbedoelde effecten te voorkomen, bijvoorbeeld uitzonderingen voor projecten die stilvallen door externe oorzaken. Democratisch Zaanstad vraagt hoe het college voorkomt dat een intrekking projecten raakt die vanwege zulke omstandigheden tijdelijk stilliggen.
| Vraagthema | Concrete voorbeelden uit de schriftelijke vragen |
|---|---|
| Aard en omvang | Aantal slapende vergunningen; aandeel woningbouw; aantal woningen |
| Effectiviteit | Onderbouwing dat intrekken leidt tot snellere realisatie |
| Onvoorziene oorzaken | Uitzonderingen voor netcongestie, stikstof, financiering, bezwaar |
Het college stelt dat het onwenselijk is dat vergunningen jarenlang stil blijven liggen en dat daarmee bouwruimte niet effectief wordt benut. Democratisch Zaanstad wil echter eerst harde cijfers en juridische duidelijkheid voordat het nieuwe beleid breed wordt uitgevoerd.
De komende weken zal duidelijk worden hoe het college reageert op de schriftelijke vragen en of het beleid wordt aangepast naar aanleiding van de zorgen. Voor bewoners en lokale ontwikkelaars is het van belang dat de uiteindelijke regeling zowel doelmatig is in het bevorderen van woningbouw als zorgvuldig in het vermijden van onnodige vertragingen en extra kosten.