Wijk eerst, project daarna: grote koerswijziging in stedelijke vernieuwing
Het Rotterdamse college kiest voor een wijkgerichte aanpak bij de afweging tussen gevelbehoud, renovatie en sloop-nieuwbouw. Twee eerder aangenomen moties van de gemeenteraad over gevels, optoppen en stadsgezichten wil het college als afgedaan beschouwen, omdat het nieuwe proces die thema’s structureel inbedt in gebiedsontwikkeling. De werkwijze is samen ontwikkeld met de vier grote woningcorporaties Woonbron, Woonstad, HEF Wonen en Havensteder.
Waar nu vaak per complex wordt beslist, wordt straks per afgebakende wijk gekeken waar behoud of renovatie het meest logisch is, en waar sloop met nieuwbouw beter past. Ook verkoop onder voorwaarden kan in de mix zitten. Het doel: één integrale set keuzes voor een heel gebied, in plaats van losse dossiers die elkaar doorkruisen.
Volgens het college levert dit “meer samenhang, voorspelbaarheid en snelheid” op bij gebiedsontwikkelingen.
Erfgoed als onderdeel van een totaalplaatje
De gemeente benadrukt dat cultuurhistorische waarden nadrukkelijk worden meegewogen, maar niet los van andere opgaven. In dezelfde afweging zitten ook de inrichting van de openbare ruimte, verzakkingen, rioolvervanging, vergroening, verdichting, de woningvoorraad en de parkeeropgave. Erfgoedspecialisten blijven betrokken. Aanpassingen van omgevingsplannen sluiten op deze werkwijze aan, zodat planregels en uitvoeringspraktijk beter op elkaar passen.
Van projectboekje naar wijkbudget: financiën worden samengebracht
Een belangrijke verandering is de financiële onderbouwing. Businesscases worden niet langer per project opgesteld, maar op wijkniveau. Nu moeten inhoudelijke keuzes nog geregeld worden bijgesteld door financiële beperkingen in afzonderlijke projecten. Door baten en lasten binnen een wijk te bundelen, kunnen volgens de gemeente verlieslatende en winstgevende ingrepen elkaar verevenen. Dat moet tot uitvoerbare plannen en minder vertraging leiden.
Daarnaast onderzoekt de gemeente instrumenten om behoud en renovatie vaker rond te rekenen. Genoemd worden onder meer compensatielocaties of extra verdichting, renovatiesubsidies of soortgelijke constructies, en gebiedsafhankelijke parkeernormen. De nieuwe werkwijze wordt ingebed in het Besluitvormingsmodel Rotterdam (BRO) onder de werktitel ‘Wijkontwikkeling’. De gemeenteraad blijft via dit proces betrokken bij de besluitvorming.
Wat verandert er voor bewoners en wijken?
- Eén integraal plan per wijk moet leiden tot minder verrassingen tijdens de uitvoering.
- Erfgoed en gevels worden niet geïsoleerd bekeken, maar in samenhang met veiligheid, groen, mobiliteit en woningaanbod.
- Financiële knelpunten per complex kunnen worden opgevangen door verevening binnen de wijkportefeuille.
De gemeente wil de nieuwe aanpak eerst beproeven. Details over waar en wanneer zijn in dit stadium niet openbaar gemaakt. Wel is duidelijk dat de methode vooral meer voorspelbaarheid en tempo moet opleveren in wijken waar meerdere corporatieprojecten parallel lopen.
Wie zitten aan tafel?
De vier corporaties zijn mede-ontwerpers van de werkwijze. Daarmee wordt de uitvoeringskracht direct aan de voorkant betrokken bij de afwegingen.
| Betrokkene | Rol |
|---|---|
| Woonbron | Woningcorporatie, partner wijkgerichte afweging |
| Woonstad | Woningcorporatie, partner wijkgerichte afweging |
| HEF Wonen | Woningcorporatie, partner wijkgerichte afweging |
| Havensteder | Woningcorporatie, partner wijkgerichte afweging |
| Gemeente Rotterdam | Kaders, BRO-proces, omgevingsplannen en verevening |
| Gemeenteraad | Blijft via BRO betrokken bij besluiten |
Waarom deze koers?
De praktijk leerde dat projectbesluiten elkaar konden tegenwerken: een renovatieplan kon stuklopen op financiering, terwijl een nabij gelegen nieuwbouwproject juist meewind had. Met een wijkportefeuille aan maatregelen wil de stad toewerken naar keuzes die elkaar versterken – zowel ruimtelijk als financieel. Dat moet ook voorkomen dat lopende trajecten telkens moeten worden herschikt na een financiële reality check.
Voor bewoners betekent dit dat discussies over sloop of behoud niet langer vanuit één portiek of complex worden gevoerd, maar in het kader van een breder wijkplan. De inzet is dat dit tot meer duidelijkheid leidt over waar wordt gerenoveerd, waar wordt verdicht en waar eventueel wordt gesloopt – en waarom juist daar.