Rechtspraak legt provinciale motivering onder vuur
De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dat het vangen en doden van vossen in het havengebied mogelijk maakte, niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het ging om een ontheffing die de Faunabeheereenheid Zuid-Holland toestond om vossen te vangen, te doden en hun voortplantings- en rustplaatsen te verstoren.
Achtergrond: doel van de maatregel
Het provinciebestuur stelde dat de maatregel nodig zou zijn om populaties van zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw in het havengebied te beschermen. Volgens de provincie was er sinds de komst van de vos in 2015 een sterke afname van deze broedpopulaties en nam het aantal vossen toe. Ook werden vee- of infrastructuurrisico's genoemd: vossen kunnen door het graven van holen taluds van wegen, spoorlijnen en tankdijken aantasten.
Rechter vraagt om onderzoek naar alternatieven
De rechtbank erkent dat er een verband lijkt te bestaan tussen de toename van vossen en de daling van meeuwenbroedparen, maar vindt dat het college niet voldoende heeft onderzocht of er andere, bevredigende oplossingen mogelijk zijn die geen doding vereisen. De zitting maakte duidelijk dat niet overal in het havengebied afrastering mogelijk is, maar dat op sommige locaties nog wel rasters worden geplaatst en dat er verder onderzoek loopt naar geschikte locaties.
De rechtbank stelt dat het besluit "niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet voldoende gemotiveerd" is.
Door die ontbrekende onderbouwing blijft onduidelijk hoeveel broedparen het college precies wil beschermen en in welke mate afschot noodzakelijk is naast het plaatsen van rasters.
Belang voor Rotterdam: wat verandert er (nog) niet?
- Het vonnis betekent niet automatisch een verbod op ingrepen; het betreft de motivering en voorbereiding van het provinciale besluit.
- Voor het havenbedrijf en beheerders van infrastructuur blijft aandacht voor schade door holen en het plaatsen van rasters actueel.
- De uitspraak dwingt het provinciebestuur tot nadere onderbouwing en onderzoek naar alternatieven voordat vergelijkbare ontheffingen weer worden verleend.
De cijfers op een rij
| Periode / soort | Aantal |
|---|---|
| Vossen (2016) | 3 |
| Vossen (2022) | 28 |
| Broedparen zilvermeeuw (2016) | 3.670 |
| Broedparen zilvermeeuw (2022) | 1.587 |
| Broedparen kleine mantelmeeuw (2016) | 24.963 |
| Broedparen kleine mantelmeeuw (2022) | 14.469 |
Voor Rotterdam betekent de uitspraak dat beleidsmakers en beheerders in het havengebied gedwongen worden om hun keuzes beter te onderbouwen en om alternatieven zoals gerichte afrastering of andere mitigatiestrategieën zwaarder mee te wegen. De uitspraak kan tevens precedenten vormen voor toekomstige besluiten rond fauna in stedelijke en industriegebieden.
Het provinciebestuur kan het besluit herzien met aanvullende onderzoeken en motiveringen, of in beroep gaan tegen de uitspraak. Voor bewoners, ondernemers en infrastructuurbeheerders in en rond Rotterdam blijft de vraag actueel hoe kwetsbare natuurwaarden kunnen worden beschermd zonder onnodige ecologische ingrepen.