Rijksregeling moet vaart brengen in betaalbare woningbouw
De gemeente Medemblik kan de komende jaren een aanzienlijke financiële impuls tegemoetzien voor het versnellen van de bouw van betaalbare woningen. Via de nieuwe Realisatiestimulans van het Rijk ontvangt de gemeente € 7.000 per betaalbare woning die daadwerkelijk in aanbouw gaat in de periode 2025–2029. Op basis van de huidige planning kan de totale bijdrage oplopen tot ongeveer € 6,5 miljoen. Het uiteindelijke bedrag hangt af van het daadwerkelijke bouwtempo én van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt.
De regeling is bedoeld om knelpunten weg te nemen die de realisatie van betaalbare woningen vertragen. Dat kan gaan van investeringen in infrastructuur tot het dichten van onrendabele toppen bij projecten met een hoog aandeel sociale of goedkope koopwoningen.
Bestemmingsreserve ‘Realisatiestimulans’ voor gericht gebruik
Om de rijksmiddelen transparant en doelgericht in te zetten, richt Medemblik een speciale bestemmingsreserve ‘Realisatiestimulans’ in. Voor 2025 wordt hier € 672.000 aan toegevoegd. Dat bedrag is gebaseerd op 96 betaalbare woningen die volgens de BAG-registratie in dat jaar in aanbouw zijn genomen. In de financiële verantwoording over 2025 wordt deze toevoeging als positief onderdeel van het rekeningsaldo opgenomen.
De gemeente zet daarmee een structuur neer waarmee middelen gericht kunnen worden toegekend aan locaties of projecten die daadwerkelijk in uitvoering komen. Dat vergroot de voorspelbaarheid voor partners in de woningbouwketen, zoals corporaties en ontwikkelaars.
Vijf duidelijke bestedingsrichtingen
De reserve mag niet vrij besteed worden. Er zijn vijf voorgestelde richtingen geformuleerd waaraan de gelden kunnen worden toegewezen:
- Actieve grondpolitiek ten behoeve van woningbouw.
- Realisatie van energievoorzieningen of maatschappelijke voorzieningen die samenhangen met woningbouw.
- Aanleg van bovenwijkse infrastructuur.
- Versnellen van binnenstedelijke woningbouw en herstructureringen.
- Compensatie van onrendabele toppen bij projecten met meer dan het vereiste aandeel sociale huur en/of goedkope koop.
Deze inzet moet de uitvoering robuuster maken in een tijd waarin stijgende bouwkosten, rentelasten en materiaalschaarste projecten kunnen vertragen.
Snellere besluitvorming: mandaat aan college
Omdat snelheid cruciaal is, ligt er een voorstel om het college van burgemeester en wethouders een mandaat te geven om binnen de vijf richtingen zelfstandig middelen in te zetten tot maximaal € 100.000 per specifieke besteding. Die grens sluit aan bij de beoogde toelichting en drempels in toekomstige besluitvorming. Het doel: minder wachttijd tussen behoefte en besluit, zodat uitvoerders door kunnen wanneer kansen zich aandienen.
Belangrijk is dat grotere toekenningen en structurele keuzes via de reguliere besluitvormingskanalen blijven lopen. Zo wordt snelheid gecombineerd met democratische controle.
Wat betekent dit concreet in 2025?
Voor het eerstvolgende jaar is helder welke woningen meetellen. De stand van zaken in de BAG-registratie vormt de basis voor de berekening. Onderstaande tabel laat zien hoe de toevoeging tot stand komt:
| Jaar | Woningen in aanbouw (betaalbaar) | Bedrag per woning | Totale toevoeging |
|---|---|---|---|
| 2025 | 96 | € 7.000 | € 672.000 |
Met de reservering kan de gemeente gerichter inspelen op knelpunten die in 2025 zichtbaar worden bij projecten die al lopen of op het punt staan te starten.
Regionale betekenis en vervolg
Voor inwoners in de kernen van Medemblik en de omliggende dorpen in West-Friesland is het perspectief op betaalbaardere nieuwbouw van direct belang. De vaste koppeling tussen rijksbijdrage en daadwerkelijke start bouw prikkelt partijen om sneller tot uitvoering te komen, in plaats van plannen op de plank te houden. Ook voorzieningen die nodig zijn om nieuwe woonbuurten leefbaar te maken – van energie-inpassing tot bovenwijkse wegen – komen nadrukkelijk in beeld binnen de bestedingsdoelen.
Het vervolg is tweeledig: waar projecten in aanbouw gaan, groeit de rijksbijdrage mee; waar vertraging dreigt, kan de reserve gericht worden ingezet om het tempo te herstellen. De mate waarin de totale bijdrage richting € 6,5 miljoen uitkomt, blijft afhangen van het realisatietempo én de jaarlijkse beschikbaarstelling van middelen door het Rijk.