Kritiek op populaire soap zet discussie aan
De landelijke discussie over de kwaliteit en toekomst van Goede Tijden, Slechte Tijden (RTL 4) klinkt inmiddels ook door in Roosendaal. Actrice Lone van Roosendaal heeft zich uitgesproken over het toenemende gemor rond de langlopende soap. In een interview met Nieuwe Revu weerspreekt zij dat de serie gemakzuchtig tot stand komt en wijst ze op de specifieke dynamiek van een dagelijkse tv-productie.
De soap ligt al langer onder vuur vanwege matige kijkcijfers en kritische besprekingen. Waar NPO 1 op hetzelfde tijdstip het Achtuurjournaal als publiekstrekker heeft en SBS 6 succes meldt met De Bondgenoten, blijft RTL 4 stevig leunen op GTST. In dat krachtenveld betoogt Van Roosendaal dat het format en de productieomstandigheden de vergelijking met luxe gefinancierde dramaseries niet geheel eerlijk maken.
Productie onder tijdsdruk
Van Roosendaal benadrukt dat het werktempo bij een dagelijkse soap onvergelijkbaar is met dat van een dramaserie met wekelijkse uitzending. Volgens haar wordt er elke opnamedag een complete aflevering gerealiseerd. Per scène is er beperkt opnametijd en het aantal herkansingen blijft laag, stelt zij, wat gevolgen heeft voor het eindresultaat en de manier van acteren.
“Ik vind dat de kritiek op GTST geen recht doet aan de manier waarop een dagelijkse soap wordt gemaakt.”
Ze licht toe dat waar bij een drama- of miniserie soms uren aan één scène worden besteed, een soap in veel kortere tijd beslissingen moet nemen en door moet. Dat vraagt om strakke planning, efficiënte regie en snelle interpretatie door cast en crew.
| Aspect | GTST volgens Van Roosendaal |
|---|---|
| Productie-ritme | Dagelijks een volledige aflevering |
| Uitzendfrequentie | Vier afleveringen per week |
| Opnameduur per scène | Circa 30 minuten |
| Aantal takes | 2–3 keer overdoen |
| Kijkcijferinschatting | bijna 700.000 kijkers |
Concurrentie en veranderend kijkgedrag
De actrice wijst daarnaast op de verschuiving in mediagebruik. Waar de lineaire televisie twintig jaar geleden een veel dominantere positie had, zijn er inmiddels tal van streamingdiensten en platforms bijgekomen. In haar optiek maakt die bredere keuze de vergelijking met vroegere kijkcijferhoogtes misleidend. Dat GTST in die omgeving nog een aanzienlijk publiek weet te bereiken, noemt zij tekenend voor de veerkracht van de serie.
“Onder die omstandigheden vind ik dat we met elkaar iets heel knaps neerzetten.”
De toon van sommige recensies – waarin de soap wordt weggezet als ‘amateurtoneel’ – vindt zij daarom te kort door de bocht. Het gaat volgens haar eerder om een ander soort tv-maken, met andere randvoorwaarden, dan om gebrek aan vakmanschap.
Wat betekent dit voor kijkers in Roosendaal?
Voor tv-kijkers in Roosendaal markeert de discussie vooral de spanning tussen gevestigde, dagelijkse titels en het snel veranderende kijklandschap. De vraag of grote zenders blijven inzetten op langdurig lopende soaps, of sterker gaan kantelen naar wekelijkse dramaseries en formats met hogere productiewaarden, is ook hier relevant. Het programmeringsgevecht dat zich rond het traditionele avondslot afspeelt – met nieuwsvoorziening op NPO 1 en realityformats op commerciële zenders – zet druk op alle lineaire publieksfavorieten.
Van Roosendaal sluit af met de stelling dat de serie, met decennia aan tv-geschiedenis achter de rug, nog altijd bestaansrecht heeft. De komende tijd zal moeten blijken of dat vertrouwen standhoudt tegen de achtergrond van stevige concurrentie en kritische waardering. Vooralsnog blijft de vraag rond GTST niet alleen een landelijke mediadiscussie, maar ook een gespreksonderwerp voor wie in Roosendaal zijn avondtelevisie bewust kiest.
Context: het speelveld op de Nederlandse televisie
- Publieke omroep en commerciële zenders concurreren direct rond het avondslot, met nieuws, reality en fictie.
- De opmars van streamingdiensten versnipperde het publiek en zet lineaire kijktijden onder druk.
- Dagelijkse soaps kennen een ander productieritme en andere kwaliteitsnormen dan high-end dramaseries.