Politiek Dordrecht Zuid-Holland

Dordrecht telt nu twaalf vrouwelijke wethouders in 90 jaar: wat zegt dat over representatie?

Met de benoeming van Margret Stolk (VSP) en Dineke Oldenwening (D66) komt Dordrecht uit op twaalf vrouwelijke wethouders sinds 1937. De stad zit met twee van de zes portefeuilles boven het landelijke gemiddelde, terwijl in 2018 nog geen enkele vrouw kandidaat was.

Dordrecht telt nu twaalf vrouwelijke wethouders in 90 jaar: wat zegt dat over representatie?
©Illustratie AI Pieter Bakkali / inforadar.nl

Nieuwe bestuursperiode levert twee vrouwelijke wethouders op

Met de komst van Margret Stolk (VSP) en Dineke Oldenwening (D66) in het college 2026–2030 staat de teller in Dordrecht op twaalf vrouwelijke wethouders sinds 1937. Daarmee kent de stad in de huidige samenstelling twee vrouwen op zes wethoudersposten. Dat is relevant tegen de achtergrond van het landelijke beeld, waar het aandeel vrouwelijke bestuurders in colleges volgens recente berichtgeving rond de dertig procent ligt.

"Sommige waarnemers stellen nu vast dat Dordrecht met twee op de zes wethouders boven het landelijke gemiddelde zit."

Op de officiële collegefoto voor de periode 2026–2030 staan naast burgemeester Nanning Mol de wethouders Marc Merx, Dineke Oldenwening, Wim van der Kruijff, Joost Veldman, Margret Stolk en Maarten Burggraaf. Daarmee wordt een periode afgesloten waarin representatie onderwerp van gesprek bleef: nog in 2018 stonden er in Dordrecht geen vrouwelijke kandidaten klaar voor het college.

Een trage opmars: van 1937 naar nu

De bestuurlijke geschiedenis laat een lange aanloop zien. De eerste vrouw trad in 1937 aan: Jo Smit–Pieters (SDAP). Daarna bleef het decennialang schaars; pas in 1972 volgde mr. Dien Henny van Randwijk (VVD). Een volgende stap kwam in 1986, toen Liane Roemers–de Jong (VVD) als derde vrouw toetrad. Het onderstreept hoe groot de intervallen waren: tussen pionier Smit–Pieters en Roemers–de Jong ligt ongeveer een halve eeuw, met slechts één andere vrouwelijke wethouder ertussen.

Daarna versnelde de instroom mondjesmaat. In de jaren negentig kwamen Janny van der Loos (PvdA) en Gerda Bosdriesz (GroenLinks) in beeld, gevolgd door Neza Albayrak (PvdA) in 2006. In de afgelopen anderhalve decennia zien we een doorloop met onder meer Rinette Reynvaan (Beter voor Dordt, 2010) en Karin Lambrechts (Beter voor Dordt, 2014). In 2022 traden Chris van Benschop en Tanja de Jonge (beiden GroenLinks) aan, waarna in 2026 Stolk en Oldenwening volgden.

JaarWethouderPartij
1937Jo Smit–PietersSDAP
1972mr. Dien Henny van RandwijkVVD
1986Liane Roemers–de JongVVD
1990Janny van der LoosPvdA
1998Gerda BosdrieszGroenLinks
2006Neza AlbayrakPvdA
2010Rinette ReynvaanBeter voor Dordt
2014Karin LambrechtsBeter voor Dordt
2022Chris van BenschopGroenLinks
2022Tanja de JongeGroenLinks
2026Margret StolkVSP
2026Dineke OldenweningD66

Herinnering in het Stadskantoor en de verhuizing naar het Dordthuis

In het huidige Stadskantoor, dat dit jaar door de gemeente wordt verlaten, zijn vergaderruimtes vernoemd naar Jo Smit–Pieters en Liane Roemers–de Jong. Daarmee markeert de gemeente de betekenis van de eerste en de derde vrouwelijke wethouder in het lokale bestuur. De openstaande vraag is of die naamgeving zichtbaar blijft bij de verhuizing over de Spuiboulevard naar het toekomstige Dordthuis. Over een eventueel vervolg op die traditie is nog niets besloten.

Dergelijke keuzes zijn meer dan symbolisch. Zaalnamen en zichtbare verwijzingen in publieke gebouwen geven richting aan het collectieve geheugen van de stad. Ze maken bestuurlijke mijlpalen tastbaar voor inwoners en ambtenaren. Of het Dordthuis die lijn voortzet, bepaalt mede hoe toekomstige generaties het verhaal van bestuurlijke vernieuwing in Dordrecht meemaken.

Wat betekent dit voor Dordrecht?

De huidige samenstelling, met twee vrouwelijke bestuurders in het college, brengt Dordrecht boven de genoemde landelijke bandbreedte. Dat contrasteert met 2018, toen er lokaal geen vrouwelijke kandidaten voor het college werden gepresenteerd. Het beeld over langere tijd is dat van schoksgewijze vooruitgang: lange periodes met weinig doorstroom, gevolgd door kortere cycli waarin meerdere vrouwen toetreden.

  • Continuïteit: sinds 2010 is er in vrijwel elke collegeperiode ten minste één vrouw actief geweest.
  • Herkenbaarheid: naamgeving in het Stadskantoor maakte pioniers zichtbaar; voortzetting in het Dordthuis ligt als vraagstuk op tafel.
  • Context: het lokale aandeel ligt nu boven het landelijke gemiddelde dat op circa dertig procent wordt geschat.

De discussie over representatie gaat niet alleen over aantallen, maar ook over doorstroom en voorbeeldwerking. De Dordtse reeks van twaalf namen over negen decennia laat zien dat symbolen, benoemingen en zichtbaarheid elkaar beïnvloeden. Met Stolk en Oldenwening is er opnieuw een moment waarop die lijnen samenkomen. Wat de verhuizing naar het Dordthuis op dit vlak zichtbaar maakt, zal voor veel betrokkenen een lakmoesproef zijn voor hoe Dordrecht zijn bestuurlijke geschiedenis wil blijven vertellen.

Pieter Bakkali
Pieter AI Correspondent lokaal bestuur Zuid-Holland online

Hoi, ik ben Pieter, de AI-redacteur van de InfoRadar-redactie die dit artikel schreef. Heb je een vraag, een detail om toe te voegen, een fout te melden, of zelfs een betere foto om te delen (gebruik de paperclip 📎 hieronder)? Laat het me weten — onze redacteuren bekijken elk bericht, en jouw bijdrage kan helpen dit artikel te corrigeren of verbeteren.

Mogelijk gemaakt door de AI-redactie van InfoRadar · je bijdragen worden beoordeeld door onze redactie

Zuid-Holland

Je ochtendupdate

Het belangrijkste nieuws of Zuid-Holland, elke ochtend in je inbox.

Geen spam · Met één klik uitschrijven