De Noord-Hollandse afdeling van BoerBurgerBeweging (BBB) heeft scherpe kritiek geuit op onderdelen van het kabinetvoorstel rond stikstof. De partij wijst met name op de gevolgen voor veehouders en waarschuwt dat enkele voorgestelde maatregelen in de praktijk onuitvoerbaar kunnen zijn, zo blijkt uit een reactie van BBB-fractievoorzitter Ingrid de Sain.
Fractie bezorgd over uitvoerbaarheid en gevolgen voor gezinnen
Volgens BBB is er onduidelijkheid over hoe maatregelen in de kabinetsbrief gekoppeld worden aan vergunningverlening, waardoor boeren niet zeker zijn of zij kunnen investeren in emissiearme stalsystemen. Dat leidt tot onrust onder leden en sympathisanten in de provincie. De partij stelt dat het kabinet "het onmogelijke lijkt te vragen van boeren en hun gezinnen, zonder dat het kabinet vergunningen mogelijk maakt".
"Wij schrikken van onderdelen van de kabinetsbrief"
De provincie Noord-Holland maakt deel uit van een coalitie waarin BBB zit; eerder gaf GroenLinks-gedeputeerde Anouk Gielen in berichtgeving aan dat zij blij is met de kabinetsaanpak, iets waar BBB-achterban volgens de partij verbolgen op reageerde. Die reacties benadrukken de scheidslijn binnen het provinciebestuur over de interpretatie en uitvoering van de landelijke voorstellen.
Concrete knelpunten volgens BBB
De partij somt enkele specifieke punten op die zij problematisch vindt:
- De invoering van een GVE-norm (gezelschaps- of dierenaantal-norm) die volgens BBB geen meerwaarde heeft voor Noord-Holland.
- Een voorgestelde verplichting dat melkveehouders samenwerken met akkerbouwers voor mestafzet binnen een straal van 25 kilometer.
- De oproep om vast te houden aan de Noord-Hollandse aanpak met een generieke reductie van 30 procent en zonering van 250 meter rond stikstofgevoelige gebieden.
Waarom BBB zich tegen GVE en afstandsnorm keert
BBB stelt dat de GVE-norm veehouders voor lastige keuzes plaatst omdat het aantal dieren al beperkt is door fosfaatregelgeving. Over de afstandsregel voor mest merkt de partij op dat er regio's binnen en buiten Noord-Holland zijn met een mesttekort, waardoor een strikte afstandsbegrenzing niet logisch zou zijn. In de bronreactie wordt expliciet genoemd dat in sommige gebieden, zoals delen van Flevoland en Texel, juist vraag naar mest bestaat.
| Onderdeel | Standpunt BBB | Provinciale situatie |
|---|---|---|
| GVE-norm | Geen meerwaarde, uitvoerbaarheidsproblemen | Dierenaantallen al gemaximaliseerd door fosfaatregels |
| Mestafzet binnen 25 km | Onnodige beperking, belemmert bestaande uitwisseling | Regionale verschillen: mesttekort en -overschot bestaan naast elkaar |
| Reductiedoel 30% en zonering 250 m | BBB wil vasthouden aan provinciale aanpak | Onderdeel van Noord-Hollandse stikstofstrategie |
Praktische gevolgen en vervolgstappen
BBB roept het provinciebestuur op om de Noord-Hollandse aanpak te blijven volgen bij verdere onderhandelingen met het Rijk. De partij wil dat er eerst duidelijkheid over vergunningverlening komt, zodat boeren weten of investeringen in emissiearme technieken financieel en juridisch verantwoord zijn. Voor de landbouwsector in Noord-Holland staat volgens BBB veel op het spel: van bedrijfscontinuïteit tot investeringsplanning.
De discussie onderstreept de spanning tussen landelijke beleidsvoorstellen en regionale verschillen in landbouwstructuur en meststromen. Welke concrete stappen het provinciebestuur of het kabinet nu zetten zullen bepalen in hoeverre Noord-Hollandse boeren maatwerk of extra beperkingen tegemoet kunnen zien.