Bijplaatsingen lopen op; gemeente stuurt bij
Afval dat naast ondergrondse containers wordt gezet in plaats van erin, blijft in Zwolle een zichtbaar en groeiend probleem. De gemeente registreerde in 2025 in totaal 19.906 van dit soort bijplaatsingen, tegenover 16.178 een jaar eerder. Ondanks eerdere acties is de overlast niet afgenomen. Het stadsbestuur kondigt daarom voor 2026 en 2027 een aangescherpte aanpak aan met extra inzet in de buurten waar de problemen zich opstapelen.
Wie in Zwolle op sociale media kijkt, ziet het bijna dagelijks voorbij komen: foto’s van matrassen, kartonnen dozen, vuilniszakken en grofvuil naast ondergrondse containers.
Volgens de gemeentelijke cijfers gaat het vooral om grofvuil (meubels, hout, huishoudelijke spullen) en een aanzienlijk deel restafval. De toename vertaalt zich in klachten over rommelige straten, ongedierte en een afnemend gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gemeente zegt extra middelen en capaciteit vrij te maken om de neerwaartse spiraal te doorbreken.
Probleem concentreert zich in enkele wijken
Niet elke wijk is even zwaar geraakt. Diezerpoort is goed voor bijna 28 procent van alle registraties, gevolgd door Holtenbroek met ruim 20 procent en Stadshagen met ongeveer 15 procent. Ook Assendorp en de binnenstad vallen op in de overzichten. Juist in Holtenbroek en Diezerpoort zijn er volgens de gemeente meerdere locaties waar de overlast structureel terugkeert; daar wordt de inzet de komende jaren geconcentreerd.
| Periode | Bijplaatsingen (registraties) |
|---|---|
| 2025 | 19.906 |
| Jaar ervoor | 16.178 |
De cijfers bieden houvast voor gerichte maatregelen per wijk. Waar in sommige buurten individuele hotspots opvallen, gaat het in de genoemde probleemwijken om meerdere plekken tegelijk. Dat vraagt volgens de gemeente om continuere aanwezigheid van toezichthouders en ondersteuning van bewoners.
Waarom wordt afval naast de container gezet?
Onderzoek naar gedragingen van inwoners wijst op uiteenlopende oorzaken. Niet zelden denken bewoners dat iemand het achtergelaten item nog kan gebruiken, of dat het ‘bij de stapel’ mag wanneer er al iets staat. Ook spelen praktische obstakels een rol. De gemeente noemt onder meer:
- Volle of tijdelijk niet-werkende containers op het moment van aanbieden;
- Het vergeten of missen van een afvalpas;
- Gemakzucht of onduidelijkheid over de juiste afvoer van grofvuil;
- De verleiding om aan te haken zodra er al afval naast staat (stapeleffect).
Met name het stapeleffect blijkt hardnekkig: een enkele zak kan binnen korte tijd uitgroeien tot een hoop, waarna ongedierte en verrommeling volgen. Dat verstoort het straatbeeld en maakt het opruimen complexer en kostbaarder.
Wat gaat Zwolle doen in 2026–2027?
De gemeente kondigt een pakket aan dat moet leiden tot minder bijplaatsingen en snellere interventies. De inzet bestaat uit:
- Extra controles op bekende knelpunten en tijdens piekmomenten;
- Meer afvalcoaches voor uitleg in de wijk, aanspreken op gedrag en hulp bij juist aanbieden;
- Gerichte handhaving waar nodig, met prioriteit voor locaties die herhaaldelijk overlast geven;
- Specifieke aandacht voor Holtenbroek en Diezerpoort, waar meerdere probleemlocaties samenkomen.
Met deze combinatie wil Zwolle zowel de oorzaken (gedrag en onbekendheid) als de zichtbare gevolgen (snelle opruimacties en controle) aanpakken. De gemeente stelt dat hiervoor extra inzet en budget nodig zijn, al worden geen bedragen genoemd. Doel is om de trend te keren en de leefbaarheid in getroffen straten te herstellen.
Gevolgen voor bewoners en stad
Voor bewoners betekent de nieuwe lijn dat zij vaker een afvalcoach of toezichthouder in de straat kunnen tegenkomen en dat ingegrepen wordt op plekken waar afval zich ophoopt. Verwacht wordt dat snellere opvolging het stapeleffect doorbreekt. Tegelijkertijd vraagt de gemeente blijvend om correcte aanbieding van grofvuil via de bestaande kanalen en het gebruik van de afvalpas bij ondergrondse containers. Waar het probleem het grootst is, kan de handhaving nadrukkelijker aanwezig zijn.
De inzet in Holtenbroek en Diezerpoort moet ruimte bieden voor maatwerk: van communicatie in meerdere talen tot het begeleiden van bewonersgroepen die zwerfafval willen tegengaan. Ook in Stadshagen, Assendorp en de binnenstad blijft monitoring aan de orde, juist om nieuwe hotspots vroeg te signaleren.
Hoe nu verder?
De komende twee jaar gelden als toets voor de effectiviteit van de aanpak. Met de beschikbare cijfers over 2025 als nulmeting kan de gemeente beoordelen of extra controles, afvalcoaches en gerichte handhaving leiden tot minder meldingen en een schoner straatbeeld. Bewoners worden opgeroepen om bijplaatsingen te melden en, waar mogelijk, elkaar aan te spreken op juist gebruik van de voorzieningen. Alleen zo kan de neerwaartse trend worden omgebogen en blijft de openbare ruimte in Zwolle leefbaar.