Waarom deze omslag nu plaatsvindt
Het UMC Utrecht bewaart sinds december donorlongen niet langer op ijs, maar gecontroleerd bij ongeveer 10 graden Celsius. Die stap lijkt klein, maar de gevolgen zijn groot: transplantatieteams kunnen ingrepen vaker overdag plannen en de tijd tussen uitname en transplantatie wordt substantieel opgerekt, zonder dat de kwaliteit achteruitgaat. De Utrechtse aanpak sluit aan bij recente, overtuigende onderzoeksresultaten en breekt met een decennialange praktijk waarin organen standaard in een koelbox met ijs werden vervoerd.
Volgens het ziekenhuis was die traditionele werkwijze wereldwijd de norm. Al sinds de jaren negentig circuleerden er signalen dat een hogere, stabiele temperatuur gunstiger zou zijn voor longweefsel. De laatste jaren is dat beeld verder onderbouwd, waarna Utrecht nu de stap maakt om dit structureel in te voeren.
“Daaruit blijkt dat donorlongen op 10 graden beter behouden blijven en langer kunnen worden bewaard. De wetenschappelijke onderbouwing is zo overtuigend dat we deze werkwijze ook in het UMC Utrecht hebben ingevoerd.”
Dat zegt Jitte Jennekens, transplantcoördinator en orgaanperfusionist binnen het Transplantatie Centrum Utrecht. Het ziekenhuis gebruikt hiervoor een elektrische koelbox tijdens transport en een nieuwe koelkast op het operatiecomplex, zodat de temperatuur doorlopend rond de 10 graden blijft.
Wat er praktisch verandert op de operatiekamers
De belangrijkste winst zit in tijd en planning. Waar eerder snelheid leidend was, ontstaat nu meer ruimte om patiënten en teams zorgvuldig voor te bereiden. Donorlongen die voorheen ruwweg acht uur bruikbaar waren, kunnen nu tot achttien uur goed worden gehouden. Internationale studies beschrijven zelfs tijden tot 24 uur. Dat geeft meer controle over het moment van opereren.
“Daardoor hoeven we transplantaties niet meer midden in de nacht uit te voeren. We kunnen de longen veilig bewaren en de volgende ochtend starten. Dat komt de kwaliteit van de zorg én de werkomstandigheden ten goede.”
Dat benadrukt Egidius van Aarnhem, cardio-thoracaal chirurg. Voor patiënten betekent dit dat een ingreep minder vaak onder nachtelijke tijdsdruk hoeft plaats te vinden. Voor zorgverleners levert het meer voorspelbaarheid op in roosters en teambezetting.
Van bewijs naar beleid: de techniek achter 10 graden
Het UMC Utrecht houdt de temperatuur tijdens de hele keten – van donorziekenhuis tot operatietafel – strak stabiel. Dat is nieuw: het gaat niet langer om passief koelen met smeltend ijs, maar om gecontroleerde koeling waar schommelingen worden voorkomen. In de praktijk vermindert dat het risico op koudebeschadiging, terwijl metabole processen voldoende worden afgeremd om weefsels te sparen.
| Aspect | Oude werkwijze | Nieuwe werkwijze |
|---|---|---|
| Koeling | Koelbox met ijs | Elektrische koelbox + operatiekamerkoelkast |
| Temperatuur | Rond het vriespunt, wisselend | Stabiel circa 10°C |
| Bewaartermijn | ± 8 uur | Tot 18 uur (internationaal: tot 24 uur) |
Wat betekent dit voor Utrecht en de regio?
Utrecht is een belangrijke schakel in de landelijke transplantatiezorg. Als een centrum als het UMC Utrecht deze methode omarmt, heeft dat directe gevolgen voor de manier waarop spoedlijnen, operatiekamers en logistiek in de regio worden ingericht. Concreet: planning verschuift vaker naar daguren, multidisciplinaire teams kunnen hun voorbereiding completer doen en transporttrajecten krijgen meer marge bij onvoorziene omstandigheden onderweg.
- Meer tijd om een transplantatie zorgvuldig te plannen, met behoud van orgaalkwaliteit.
- Minder nachtelijke operaties, wat de werkdruk en inzet van teams beïnvloedt.
- Strakkere temperatuurcontrole tijdens transport en op de OK.
Volgende stap: ook toepasbaar bij donorharten?
Het UMC Utrecht laat weten te willen onderzoeken of deze aanpak eveneens voor donorharten ingevoerd kan worden. Als dat lukt, kan dat opnieuw grote gevolgen hebben voor de organisatie van harttransplantaties en de manier waarop donoren en ontvangers logistiek op elkaar worden afgestemd. Het ziekenhuis spreekt zich daarover nog niet definitief uit; eerst volgt nader onderzoek.
Met de overstap naar 10 graden borgt Utrecht een werkwijze die beter past bij wat jaren aan onderzoek laat zien. Het is een relatief eenvoudige ingreep in de keten, met effecten die in de operatiekamer en op de werkvloer meteen merkbaar zijn. Daarmee zet de regio een volgende stap naar voorspelbaardere, planbare en veilige transplantatiezorg.