Een van de veroordeelden voor de gewelddadige roof op het Drents Museum in Assen mag vanuit de gevangenis kleding verkopen die de daad lijkt te verheerlijken. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) op schriftelijke vragen van Kamerleden.
Wettelijke grenzen en interne regels
De staatssecretaris noemt de situatie "niet passend", maar benadrukt dat er geen algemene wettelijke grond bestaat om commerciële uitingen die betrekking hebben op een gepleegd delict categorisch te verbieden. Zolang er geen strafbare handelingen plaatsvinden, de belangen van slachtoffers niet onrechtmatig worden aangetast en de openbare orde niet wordt geschaad, kunnen ondernemingsactiviteiten van gedetineerden niet eenvoudig worden stopgezet.
- Commerciële activiteiten door gedetineerden zijn in principe niet verboden.
- Interne communicatiebeperkingen binnen de inrichting kunnen grenzen stellen aan wat is toegestaan.
- Financiële beperkingen: gedetineerden mogen maximaal €250 op hun rekening hebben, en overschrijvingen vinden onder toezicht plaats.
"Er is geen wettelijke grondslag die alle commerciële uitingen verband houdend met het gepleegde delict verbiedt," schrijft staatssecretaris Van Bruggen.
Gebruik van gevangenisadres en rol Kamer van Koophandel
De ondernemer achter de kledinglijn staat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd met het adres van het Justitieel Complex Schiphol, waar de verdachte vastzit. Van Bruggen noemt het gebruik van een gevangenisadres voor commerciële inschrijvingen "niet in lijn met de bestemming en het karakter van een justitiële inrichting", maar zij verwijst naar de KvK als toetsingsorgaan voor het gebruik van een opgegeven adres bij inschrijving van een onderneming.
Beperkingen binnen de inrichting en toezicht op geld
Zowel de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) als de staatssecretaris geven aan dat het "onwenselijk" is dat een gedetineerde de inrichting als postadres gebruikt. Tegelijkertijd ontbreekt er volgens hen voldoende wettelijke ruimte om dat per se te verbieden. DJI wijst er bovendien op dat het gedrag van gedetineerden - bijvoorbeeld het nastreven van commerciële activiteiten die samenhangen met hun delict - kan meewegen bij beslissingen over vrijheden zoals verlof of overplaatsing.
| Onderdeel | Wat geldt |
|---|---|
| Banktegoeden gedetineerden | Maximaal €250 op rekening-courant |
| Overboekingen | Alleen onder toezicht en met opgave van reden |
| Postadres bij KvK | Toetsing door Kamer van Koophandel |
De staatssecretaris gaat in haar schriftelijke antwoorden niet in op alle specifieke details van deze zaak: zij geeft bijvoorbeeld geen helderheid over de vraag of de gedetineerde daadwerkelijk de gevangenis als postadres gebruikt voor verzendingen of effectieve bedrijfsvoering. Wel benadrukt ze dat inkomsten van gedetineerden binnen de inrichting niet vrij besteedbaar zijn en onder toezicht staan.
Lokale en bestuurlijke gevolgen
Voor Assen blijft de roof van het Drents Museum en de nasleep ervan politiek en maatschappelijk gevoelig. Lokale politici en belangenbehartigers hebben eerder hun verontwaardiging geuit over het publieke karakter van de daden en de mogelijke romantisering daarvan. De antwoorden van de staatssecretaris laten zien dat de nationale wet- en regelgeving beperkingen kent die het moeilijk maken om dit soort commerciële uitingen te verbieden, terwijl bestuurlijke spelers zoals DJI en de KvK wel een rol hebben bij handhaving en beoordeling.
De discussie raakt aan vragen over slachtoffers, reclassering en de grenzen van vrijheid van meningsuiting tegenover de wens van de samenleving om misdrijven niet te verheerlijken. Of en hoe daarin bestuursrechtelijk wordt geregeld, blijft een onderwerp van vervolgvragen in de Kamer en mogelijk aanvullende maatregelen binnen justitiële inrichtingen.