De invasieve Aziatische hoornaar — tegenwoordig vaker aangeduid als geelpoothoornaar — breidt zich in Nederland uit, maar in Overijssel is die groei tot nu toe aanmerkelijk beperkter dan elders. Een combinatie van meldingen door burgers, inzet van vrijwilligers, lokale financiering van apparatuur en betrokkenheid van de provincie wordt hiervoor verantwoordelijk gehouden.
Aantal nieuwe nesten blijft relatief laag
Volgens coördinator Leontine Uijthof, imker actief in Enschede en Hengelo, werken ongeveer vijftien zoekteams in de provincie om nesten op te sporen. Dat gebeurt nadat inwoners een waarneming doorgeven op sites zoals waarneming.nl. Als de waarneming wordt bevestigd, wordt gevraagd of er een lokpot kan worden geplaatst. Met een zendertje dat aan een gevangen exemplaar wordt bevestigd, kunnen vrijwilligers de vlucht volgen en zo het nest lokaliseren. Een professionele bestrijder verwijdert het nest vervolgens zonder gebruik van gif.
Effect van de aanpak: cijfers naast elkaar
Uijthof wijst op een duidelijk verschil tussen Overijssel en landelijke cijfers:
“Landelijk zorgt één nest gemiddeld voor vier tot zeven nieuwe nesten in het jaar erop. In Overijssel lag die vermenigvuldigingsfactor vorig jaar rond de 1,6.”
| Gebied | Gemiddelde vermeerderingsfactor |
|---|---|
| Landelijk | 4–7 |
| Overijssel (vorig jaar) | ~1,6 |
Samenwerking tussen inwoners, vrijwilligers en overheid
De aanpak in Overijssel steunt op vier pijlers:
- publieksmeldingen via waarnemingsplatforms;
- vrijwilligers — veelal imkers — die nestzoeken en lokpotten plaatsen;
- materiële steun van meerdere gemeenten en provinciale bijdragen voor zendertjes en sets;
- professionele, gifvrije verwijdering van gevonden nesten.
Meerdere gemeenten betaalden een eigen zenderset voor het team dat op de geelpoothoornaar jaagt, en ook de provincie draagt bij. Volgens betrokkenen werpt die combinatie vruchten af, maar er blijft voorzichtigheid geboden.
Voorzichtig optimisme en wetenschappelijke bedenkingen
Uijthof houdt nog een slag om de arm en wijst op mogelijke verklaringen: Overijssel kan simpelweg nog een relatief nieuw aangetast gebied zijn, wat de lagere vermeerdering kan verklaren. Tegelijk waarschuwen insectenkundigen ervoor dat de soort mogelijk niet zo’n groot probleem is als soms wordt voorgesteld, en zij uiten ook zorgen over de intensiteit van bestrijdingsacties.
Voor inwoners betekent dat vooral alert blijven: meld verdachte exemplaren, plaats geen eigen lokpotten zonder afspraak met coördinatoren en laat professionele bestrijders gevonden nesten verwijderen.
De komende jaren zal duidelijk worden of de huidige aanpak van Overijssel houdbaar is en of de lagere vermeerderingsfactor zich voortzet of verandert als de soort zich verder nestelt.